maandag 19 december 2011

Politiek moet keuzes maken in verdeling arbeid/zorg


'Pfff, acht pagina's wijdt de NRC aan de ondoordachte, al weer half ingetrokken oproep van Van Bijsterveldt. Zijn er geen echte onderwerpen?', twitterde Femke Halsema. Maar het is niet zo zeer die brief als wel de opwinding die zij veroorzaakt die interessant is. Er is, zoals Mirjam Sterk van het CDA bij Pauw en Witteman al aangaf, een open zenuw geraakt bij ouders die onzeker zijn over de verhouding tussen werk en zorg.

In haar open brief aan de tweede kamer stelt minister Bijsteveld ouderbetrokkenheid aan de orde als factor van belang voor goed functionerend onderwijs. Een uitstekend punt maar geheel begrijpelijk kwam haar dit op een stroom aan verontwaardigde reacties te staan. Ouders worden sinds de jaren zeventig op niet aflatende wijze bestookt met de opdracht beiden betaald werk buitenshuis te verrichten. Vrouwen worden al decennialang gehersenspoeld met het idee dat betaald werk en het hebben van een carrière waardevoller is dan het verzorgen van hun eigen kinderen. En dat het heel normaal is om hun baby's dwars tegen hun moederinstinct in huilend over te dragen aan jonge meisjes die net hun eerste scooter hebben gekocht. Wanneer het gros van de Nederlandse stellen deze situatie uiteindelijk schoorvoetend geaccepteerd heeft, kan het dan ook nauwelijks verbazen dat minister Bijsterveld met haar appèl op ouders een hoop ingehouden woede en frustraties over zichzelf afroept.

Het beeld dat de minister van ons moderne ouders schetst is mijns inziens correct. Wij willen alles, doen te veel en maken te weinig keuzes. Naast de verzorging van onze kinderen willen we werken, het liefst in een glanzende carrière, een leuk sociaal leven hebben, een paar keer per jaar op vakantie, hobby's uitoefenen en dan ook nog tijd voor onszelf. Dit uitgebreide wensenpakket drukt op de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het gegeven dat ouders tegenwoordig meer quality-time met hun kinderen doorbrengen, zoals onlangs in het NRC aangevoerd werd (Ouders besteden meer tijd aan hun kinderen dan ooit 01-12-11) doet daar weinig aan af. Want ouderbetrokkenheid ontwikkel je niet zo zeer in de uren dat je gericht fijne dingen met je kinderen doet maar juist in die uren dat de kinderen er volgens de auteurs van dit stuk 'maar een beetje bijhingen'. Verminderde ouderbetrokkenheid zit hem vooral in de afname van het aantal uren dat ouders en kinderen samen op vanzelfsprekende wijze ongedwongen met elkaar doorbrengen. Samen naar school lopen, fietsen, de afwas doen, samen de kamer opruimen, schoonmaken. Juist in het alledaagse samenleven leer je de ander kennen en vallen terloopse maar belangrijke signalen eerder op. Want hoe je het ook wendt of keert, een ouder die de hele dag voor haar of zijn kinderen zorgt, ziet sneller en beter waar dingen spaak lopen dan een ouder op kantoor. Dat zal niemand kunnen ontkennen. Wij bieden tegenwoordig bij lange na niet meer de supervisie en continue zorg van de traditionele huisvrouw. Daarbij krijgen we tegenwoordig ook nog eens een stuk minder kinderen wat onze natuurlijke professionaliteit ten opzichte van het opvoeden heeft verkleind. Dit alles vermindert onze mogelijkheden invloed uit te oefenen op het leven van onze kinderen. Dat hoogopgeleide ouders er desondanks beter in slagen om hun kinderen te ondersteunen in hun schoolwerk dan laagopgeleide ouders zal niemand verbazen.

Op zich is de open brief van minister Bijsterveld en alle reacties die zij daarmee ontlokt razend interessant. Want het voert ons terug naar de maatschappelijke discussie over de verdeling arbeid zorg. Hoe veel tijd wensen wij als maatschappij te besteden aan het onbezoldigd verzorgen van onze kinderen en aan betaald werk buitenshuis? En wie is verantwoordelijk voor de opvoeding van onze kinderen? Wie biedt er supervisie en continuïteit in hun leven? Het is een schemergebied geworden omdat docenten kinderen in hun klas tegenwoordig vaak langer op een dag zien dan hun ouders. Maar een appèl aan ouders is een volledig misplaatste manier om de onthechting tussen ouders en hun kinderen te herstellen. Want het is de overheid zelf die haar in gang heeft gezet door ouders jarenlang aan te sporen beiden buitenshuis te werken en hun geld in het weekend te spenderen in immer opengestelde koopgoten en meubelboulevards. In Zweden zag ik wat de langetermijn-effecten zijn van het volledig en systematisch doorvoeren van dit principe: Ouders die alleen nog maar via de mail meekrijgen wat er overdag met hun kind gebeurt, op opvoedcursus gaan en zelfs dan nog weinig grip krijgen op de wegen van hun kinderen. En veel kinderen die ongelukkig of ontevreden zijn met zo weinig aandacht van degenen die hen het meest na staan. Het onoplosbare gepest op scholen, de gothic kapsels en hoofden vol piercings wekten op mij de indruk van een nationale schreeuw om meer aandacht van betrokken volwassenen. Wij kunnen een dergelijke situatie in Nederland voorkomen door de zorg voor onze kinderen weer meer als een serieuze taak op te gaan vatten. Ouders die beiden meer aanwezig zijn in het leven van hun kinderen zijn daarbij misschien een betere optie dan een wedergeboorte van de traditionele huisvrouw. Ferry Haan schreef vorige week een schitterend betoog (Vaders, roep je zoon nou eens tot de orde, Volkskrant 03-12-11) waarin hij vaders oproept meer verantwoordelijkheid op te eisen in de opvoeding van hun zonen en hen beter te begrenzen. Voor een dergelijke positieve ontwikkeling op grote schaal is het niet in de eerste plaats aan de ouders als wel aan de overheid om duidelijke keuzes te maken. Want je kunt nu eenmaal niet alles hebben mevrouw Bijsterveld: Fulltime werkende ouders en ouders die volledig betrokken zijn bij het leven van hun kinderen.

De belangrijkste oorzaak van de onthechting tussen ouders en kinderen is het waanidee van het tweeverdienersmodel. Het vervreemd kinderen en ouders van elkaar en verslechtert de communicatie tussen ouders en scholen. Een appèl dat ouders oproept nog een stapje harder te gaan lopen is ondoordacht omdat het ouders alleen maar onnodig belast en de wortel van het probleem niet aanpakt. De school van mijn kinderen draagt ouderbetrokkenheid hoog in het vaandel. Sinds jaar en dag sta ik bijna wekelijks in één van de klassen van mijn vier kinderen af te wassen of te stofzuigen. Verder zijn er gezamelijke ouderactiviteiten tijdens jaarfeesten, bezoek ik regelmatig schoolvoorstellingen en waar het nodig is bak ik met liefde een brood of een taart. Toen ik nog met baby's rondliep vroeg ik me wel eens vertwijfeld af waarom ik op school zo vaak aan het werk was terwijl mijn kinderen thuis door de stofwolken kropen. Maar goed, ik deed het voor de goede zaak en zo leerde je nog eens andere ouders kennen.

Toen ik vijf jaar later met mijn gezin in Zweden terecht kwam, merkte ik dat het er daar op school heel anders aan toe ging. Op doordeweekse dagen werd er geen beroep gedaan op ouders die daar bijna allemaal een volledige baan hebben. De juf deed haar afwasje zelf en in het weekend maakten de ouders de klassen schoon of naaiden samen het kerstcadeau voor hun kind. Op deze manier leerden ouders elkaar net zo goed kennen en bleven zij ook op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de school zonder dat het hen doordeweeks belastte. Met vier jonge kinderen vond ik het een verademing om gewoon rustig naar huis te kunnen gaan na een schooldag. Het voelde een stuk humaner dan het Hollandse gezwoeg van altijd maar alles moeten kunnen combineren. Zweden heeft daarin, anders dan Nederland, wel een duidelijke keuze gemaakt.

Echter de communicatie tussen school, ouders en kind is er een stuk slechter aan toe dan in Nederland. Met verbazing heb ik deelgenomen aan ouderavonden waar een vader probeerde te achterhalen wie zijn dochter een denigrerende klap op haar kont had gegeven en een moeder probeerde te achterhalen wie haar zoon ergens in de bosjes een klap had gegeven. Zonder uitzondering onoplosbare problemen waar niemand meer de vinger achter kon krijgen. Het versterkte mijn idee dat een goede samenwerking tussen ouders, leerkrachten en kinderen het meest gebaat is bij een aanwezige betrokken ouder thuis die opmerkt wat hem of haar bezig houdt. Misschien roept dit een wat oubollig beeld op omdat vrouwen én mannen decennia lang tegen deze 'truttigheid' gestreden hebben. Maar nu de negatieve effecten van het tweeverdienersmodel zich steeds meer aftekenen en de wereld in crisis verkeert, wordt het misschien tijd om het taboe op het (gedeelde) kostwinaarsmodel te doorbreken en het weer eens met een frisse blik te heroverwegen.

Als de overheid daadwerkelijk vooruitgang wil boeken in ouderbetrokkenheid moet zij ouders niet oproepen nog meer te doen dan zij al doen maar consequenties verbinden aan dat wat zij wil bereiken. De te volgen logica daarbij is glashelder: Ouderbetrokkenheid neemt toe naarmate ouders meer betrokken zijn bij het leven van hun kind.

vrijdag 2 december 2011

Sinterklaasjournaal is zoveelste verruwing van jeugdcultuur (NRC 01-12-2011/NRCnext 02-12-2011)



Piet in paniek!


Oorspronkelijke tekst artikel in NRC
01-12-2011 en NRCnext 02-12-2011.





Niets ten nadele van Diewertje Blok, maar waarom bestaat het Sinterklaasjournaal? Zijn er werkelijk ouders die het leuk vinden dat hun kleuter vier weken lang zijn bed nat plast uit pure stress omdat Sinterklaas het nieuwe boek met alle kindernamen kwijt is geraakt?

Ik weet nog goed hoe ik als vijfjarige trillend naar voren liep om bij die ontzagwekkende man op schoot te mogen zitten. En ik was heus niet bang uitgevallen. Kinderen zijn nu, 35 jaar later, niet wezenlijk anders. Mijn zoontje van vijf gilt het uit als hij 's avonds een Piet tussen de berkenboompjes voor ons huis meent te zien. Kinderen zijn hyper genoeg van zichzelf rond Sinterklaas. Waarom dan een actualiteitenprogramma dat de natuurlijke stressfactor van kinderen nog meer aanzwengelt?
Volkskrant berichtte licht cynisch over Gooise vrouwen die op cursus konden tegen Sinterklaas-stress. Vanzelfsprekend kunnen de meeste Nederlanders hun tijd en geld wel beter besteden maar feit is dat kinderen tegenwoordig onevenredig veel Sinterklaas-stress te verwerken krijgen en dat ouders daar vaak nog maar moeilijk tegenwicht aan kunnen bieden.

Het elfjarig bestaan van het Sinterklaasjournaal doet een succesformule vermoeden maar in de praktijk is het programma totaal ongeschikt voor kinderen. Want voor hen die er nog in geloven is het onbegrijpelijk, verwarrend en verontrustend en voor hen die het wel volgen is het oninteressant.
Daarmee schaart het Sinterklaasjournaal zich onder een veelheid van programma's en verhalen voor kinderen die, volkomen misplaatst, geschoeid zijn op een leest van volwassen behoeften. Want waar volwassenen smullen van actualiteiten en zo veel mogelijk afwisseling en spanning en sensatie, hebben kinderen in de leeftijd van 4, 5, 6 jaar oud juist behoefte aan fantasievolle harmonieuze verhalen volgens een herkenbaar voorspelbaar patroon. Dat geeft ze het vertrouwen dat ze de wereld om hen heen beginnen te begrijpen. Vandaar ook dat ze je tot vervelens toe 'de gele taxi' uit de gouden boekjes reeks onder je neus schuiven. Vreselijk irritant om voor te lezen maar het herhaaldelijk terugkerende jie-ie-ie-reng! en reng-drrrrrrrrrrrrrrrrr! van de remmende en optrekkende taxi geeft kleuters blijkbaar precies de rust waardoor ze in slaap vallen.

De traditionele manier waarop Sinterklaas dertig jaar geleden werd gevierd, was nog afgestemd op de behoeften van kinderen. Mogelijk omdat ouders toen nog meer deel uitmaakten van de wereld van hun kinderen. Het ging altijd als volgt: Een intocht met de boot, kinderen stonden zwaaiend op de kade, Sint en Piet wuifden en de vlaggetjes waaiden al heen en al weer. Daarna gaven Sint en Piet iedereen een hand en deelden snoepgoed uit. De ouders vertelden van tevoren hoe het zou gaan en zo ging het ook. Daarna keerden de kinderen tevreden en vol verwachting naar huis terug.

Het Sinterklaasjournaal gaat volledig in tegen de kinderlijke behoefte aan herkenning harmonie en vastigheid. Het is elke keer anders, er gaat van alles mis en er is altijd wel één of ander conflict wat uitgevochten moet worden. Omdat jonge kinderen dit, anders dan volwassenen, nauwelijks kunnen relativeren, haalt het hun hele wereldbeeld overhoop met als gevolg dat zij wekenlang hyperactief door het huis stuiteren.

Het Sinterklaasjournaal staat lang niet alleen in zijn hyperactiverende effect op kinderen. De moderne cultuur voor kinderen op televisie en in boeken zijn het laatste decennium in rap tempo ruwer en schreeuweriger geworden. Een voorbeeld daarvan is Barbapappa. Een aantal jaar geleden hadden ze de t.v. serie daarvan ge-updated. In plaats van die ouderwetse softe pastelkleuren hadden ze nu lekkere knalkleuren gekregen. Opeens waren het niet meer de vredelievende natuurminnende wezens die zich afkeerden van de eentonigheid van het moderne stadsleven om zich in hun organisch vormgegeven woningen, earth-ships avant-la lettre, terug te trekken in de vrije natuur. Nee, ze waren veranderd in streetwise hangjongeren die elkaar uitscholden voor sukkel en dreigend hun boze zwarte wenkbrauwen opzetten naar elkaar. De flower power idealen van het Frans/Amerikaanse echtpaar Tison/Taylor werden opgeofferd aan een ruwer geworden tijdsgeest. Iemand zal gemeend hebben dat kinderen zichzelf daardoor vandaag de dag beter kunnen identificeren met de Barba-schepsels zonder zichzelf te verdiepen in het effect daarvan op jonge kijkers.

Met Disney hetzelfde laken een pak. Als rechtschapen liefhebbende opa's deden onze vaders hun kleinkinderen respectievelijk de Disney boekenreeks en een abonnement op de Donald Duck cadeau. Dat vonden wij natuurlijk lief van ze. Maar wat die opa's niet wisten is dat veel Disney figuren er sinds de jaren 70 heel wat a-socialer op zijn geworden. Hoewel Donald al decennia lang uit zijn vel springt, was hij vroeger toch vooral een zielige pechvogel die door zijn compassievolle neefjes voortdurend belangeloos uit de brand werd geholpen. Tegenwoordig is hij daarentegen een egoïstische hedonist die zijn neefjes liever kwijt dan rijk is zodat hij in alle rust van zijn vrije tijd kan genieten. Zie daar weer zo'n moderne volwassen behoefte geprojecteerd in de belevingswereld van het kind. Die neefjes zijn trouwens ook al lang niet meer zo vriendelijk en vergevingsgezind als vroeger maar hangen met hun Nintendo als obstinate jongeren verveeld op de bank terwijl ze broeden op een wraakactie op hun oom. Zelfs een verhaal over de lieve eekhoorntjes Knabbel en Babbel is niet meer compleet zonder dat zij een fikse aanvaring gehad hebben en hun notenvooraad ernstig bedreigd is. Moderne Disneyverhalen staan bol van de emotionele explosies en ernstige conflicten. Een moment van blinde paniek lijkt het basisingrediënt te zijn voor een geslaagd verhaal. Waarom? Wie heeft dat bedacht? Hoe is dat gekomen? Want de Disneyboekjes van 30 jaar geleden zijn een stuk leuker om voor te lezen. Zonder uitzondering zijn het harmonieuze verhaallijnen met vriendelijke karakters die kleine overzichtelijke avonturen beleven. Sneeuwwitje die het huisje van de dwergen veegt of een humoristisch verhaal over een eekhoorntje dat aan allemaal verschillende dieren vraagt of het misschien zijn moeder is. Tegenwoordig kan zo'n eekhoorn een schop onder zijn hol krijgen als hij het waagt zo'n idiote vraag te stellen aan een zebra. Maar de humor en aardigheid waarmee deze oude verhalen geschreven zijn maakt dat zelfs mijn zonen van 10 en 12 er nog bij komen zitten als ik ze aan de jongsten voorlees.

De impact van de moderne cultuur voor kinderen is enorm en met alle moderne media nauwelijks meer uit het dagelijks leven te weren. Daarom is de verruwing daarvan ook zowel voor kinderen als voor ouders onwenselijk. In de eerste plaats omdat ouders hun kinderen liever een harmonieus vriendelijk verhaal voorlezen. Maar ook omdat het er aan bijdraagt dat kinderen het normaal gaan vinden elkaar uit te schelden en bij elke tegenslag emotioneel te exploderen. In de Randstad is het ondertussen heel normaal dat lieve welopgevoede kinderen elkaar teringnerd noemen.

Juist in Nederland hebben kinderen behoefte aan rustige verhalen. Toen we nog in Zweden woonden, keken we af en toe met het hele gezin naar het jeugdjournaal. Wat ons daarbij opviel en verbaasde was de geëxalteerdheid van het programma. Waarom deden de presentatoren zo hyperactief en overdreven? Konden ze niet normaal doen? En waarom moesten kinderen altijd schreeuwen of iets geks doen als ze hun verhaal deden. En vanwaar die hyperactieve tunes met epileptisch aandoende visuele ondersteuning? Kon dat niet wat minder allemaal? In Nederland hadden we ons daar nooit zo over verbaasd maar vanuit de rust van het Zweedse platteland maakte het opeens een belachelijke indruk.

Terug in Nederland verbaasde ik me over de hyperactiviteit van Nederlandse kinderen. Je kon ze geen vraag stellen zonder een cartoonesk geschreeuw als antwoord te krijgen. En tot mijn schrik brulden mijn eigen kinderen binnen drie maanden nog het hardst van iedereen. Na het afzwemmen van mijn dochter begreep ik dat ze ook moeilijk anders kunnen. In een circusachtig spektakel met balonnen, muziek, ronddansende nijlpaarden en instructrices die honderdvijftig kinderen als stewardessen de gewenste bewegingen voordeden, sprak de opperbadmeester de nerveuze zwemmertjes als een volleerd quizmaster door zijn microfoon opzwepend toe. Ondertussen rende een badjuffrouw gillend langs de kant om de ouders voor elk nieuw onderdeel een warm applaus te vragen. Hoe kan een kind hier ontspannen onder blijven? Volwassenen in Nederland zijn op een overspannen manier bezig kinderen in alles wat ze doen te entertainen. Daar worden ze gillend gek van. Een bevriend psycholoog die ook veel in Scandinavië komt, omschreef het als volgt: 'Input is output. Nederlandse kinderen krijgen veel meer indrukken te verwerken dan Zweedse kinderen en dat moet er linksom of rechtsom weer uit. Als dat niet kan via beweging dan gaat het via geluid.' Het leek mij een plausibele verklaring.

Dit betekent wel dat we juist in Nederland heel gedoseerd en weloverwogen moeten omgaan met datgene wat we onze kinderen aanreiken. Nederlandse kinderen hebben er meer dan waar dan ook baat bij om tot rust te komen. Daarom zou het fijn zijn als de producenten van moderne cultuur kinderen weer kunnen verblijden met fijne harmonieuze verhalen. Kinderen vinden dat heus niet saai of ouderwets. Dat is een volwassen idée fixe waar onze kinderen alleen maar last van hebben. Misschien willen wij als volwassenen zelf graag ontsnappen aan de saaiheid en sleur van ons bestaan door bungee-jumpen of het lezen van thrillers. Maar voor kinderen is het gewone leven al bijzonder en spannend genoeg. Kinderen zijn gevoelsmatig niet afgestompt maar staan nog volledig open en kunnen vol verbazing kijken naar een vlucht overvliegende zwaluwen die wij niet eens opmerken. Daarom aan ons de taak kinderen subtiele beschaafde verhalen voor te schotelen.


vrijdag 25 november 2011

Vroedvrouw Rebekka Visser wint Gouden Ooievaar-award

Persbericht Geboortebeweging 25 november 2011
foto: Dirk-Jan van Dijk

Jaarlijks reikt vrouwenblad Libelle een medische award uit aan een persoon met speciale verdiensten in de zorg. Dit jaar zocht Libelle de beste verloskundige van Nederland. Lezeressen konden hun stem uitbrengen op drie geselecteerde kandidaten. Winnares met 60% van de stemmen werd Rebekka Visser (42), vroedvrouw van praktijk Springtij te Usquert in Noord-Groningen.

Rebekka, genomineerd in de categorie “vooruitstrevende samenwerking met gynaecologen”, onderscheidt zich door haar bijzondere inzet voor meer autonomie en inspraak door vrouwen bij hun bevalling. Haar motto: “Vrouwen moeten zelf de regie kunnen houden”

“Baren kun je prima zelf” staat er op de website van haar praktijk Springtij te lezen. Het tekent haar visie op bevallen. Voor Rebekka is een vrouw die gaat bevallen een actieve partij. Haar technische kennis en kunde stelt zij bescheiden in dienst van de natuurlijke deskundigheid van haar cliënt. Om goed te kunnen bevallen, moet een vrouw gebruik kunnen maken van haar eigen mogelijkheden en zelf de regie voeren. Rebekka ziet het als haar taak vrouwen daarin te steunen. Daarom begeleidt zij een beperkt aantal cliënten intensief en gaat zij bij overdracht naar de tweede lijn altijd mee naar het ziekenhuis. Op die manier ziet zij er op toe dat de wensen van haar cliënt ook in een omgeving met stricte protocollen gehoord en gerespecteerd worden. Zij wil graag meer inspraak aan het ziekenhuisbed en bespreekt dit onderwerp regelmatig met gynaecolgen. “Want een betere samenwerking met de zwangere zelf vergroot de kans op een goede bevallingservaring, óók als er complicaties zijn.”

Rebekka Visser brengt haar vooruitstrevende visie niet alleen onder de aandacht in haar werk als verloskundige maar ook in diverse neven-activiteiten. Op haar blog 'vroedvrouw en radicaal' breekt zij een lans voor de zelfredzaamheid van vrouwen bij hun bevalling en stelt kritische vragen over de werkwijze van verloskundigen en gynaecologen. In december 2010 initiëerde zij de petitie “Recht op autonome keuze voor zwangeren” gericht aan minister Schippers van Volksgezondheid. Hiermee wil zij het zelfbeschikkingsrecht opeisen voor zwangere vrouwen ten aanzien van de omstandigheden waaronder zij bevallen. Tevens vervult zij een prominente rol binnen de Geboortebeweging die begin 2011 werd opgericht en is uitgegroeid tot een breed platform van verloskundigen, doula's, moeders en andere geïnteresseerden die zich willen inzetten voor het behoud van de natuurlijke bevalling.

In een reactie vanuit haar praktijk Springtij in Usquert zegt Rebekka: “Ik had nooit verwacht dat ik hiervoor in aanmerking zou komen, zowel de nominatie als de prijs verrasten mij enorm! Ik vind het fantastisch om te merken dat iets waar ik me hard voor maak kennelijk zo leeft onder de mensen die hebben gestemd. Een bevalling kun je maar één keer doen. Ik hoop dat meer vrouwen zich durven uit te spreken bij de verloskundige en de gynaecoloog, zodat ze tevreden op hun bevalling kunnen terugkijken.”

http://www.vroedvrouwenradicaal-rebekka.blogspot.com/
http://www.springtij.com/welkom.html

donderdag 24 november 2011

Plastic Panda's en bijensterfte


Bas Haring heeft een boek geschreven: Plastic Panda's, over het uitsterven van de natuur. Toen hij zich naar aanleiding daarvan in Trouw afvroeg of het erg is dat soorten verdwijnen en of zijn Iphone niet dezelfde intrinsieke waarde heeft als een aap, kwam hem dat op een lawine van kritiek te staan. Blijkbaar vonden velen dat inderdaad heel erg. Want een wetenschapper als Haring wist toch ook wel dat de biodiversiteit van ons ecologisch systeem een fijn afgestemd mechanisme is? En dat de mensheid al onverschillig genoeg was? Was het niet immoreel dat hij daar als publiek figuur nog een schepje bovenop deed? Men vond van wel.

Wetenschapsjournalist Rob Buiter verwoordde het treffend:

Biodiversiteit is als de fijnmazige hangmat waarin Haring ligt te filosoferen en te genieten van de varkentjes bij zijn Ransdorper boerderijtje. Als ik daar een paar knoopjes uit wegknip, merkt hij inderdaad niets. Waarschijnlijk blijft hij zelfs bij honderd knipjes nog wel gewoon hangen. Maar op een gegeven moment houdt het toch echt op en ligt hij tot zijn schrik, en blijkbaar verbazing, in de modder naast zijn varkens.


Daar belandt Haring waarschijnlijk eerder dan hij denkt. Zo meldde journalist Koos Dijksterhuis dat de Europese landbouwcommissie verontrust is over de aanhoudende bijensterfte. Want zonder bijen heeft Europa geen vruchten. En zonder vruchten kunnen Europeanen zich niet volwaardig voeden. De Europese landbouwcommissie wil het probleem onder controle brengen door de bijen geneesmiddelen toe te dienen. Maar wat men maar niet onder ogen wil komen is dat hun ziekte juist verband houdt met onze onstuitbare drang tot technische controle. De bijen zijn door exploitatie en chemicalien in hun kasten en op hun voeding net zo verzwakt als onze gekke koeien en pestvarkens.

In plaats van dat de Europese landbouwcommissie en de FAO doordenderen op het pad van technische controle en innovatie moeten we juist ophouden met ingrijpen. Stop! Doe niets meer! Geef de natuur de ruimte! Laat haar zijn zoals zij is. Zet een stap achteruit. Desnoods worden we allemaal nog maar 35 jaar. De vraag is alleen: Wie brengt deze impopulaire onbaatzuchtige boodschap? Wie stelt zich op als advocaat van de natuur? De verzuurde berkjes voor ons huis? Het gras tussen onze stoeptegels? De olifanten op de Savannen? Een ding is zeker: Op Bas Haring hoeven we niet te rekenen.

vrijdag 4 november 2011

Tijd voor eten op school


Niet eerder kreeg ik zo veel bijval als naar aanleiding van het artikel in NRC (27 aug. 2011: Geen kleffe boterham voor pubers op school) waarin ik de belabberde eetcultuur op Nederlandse scholen belicht. Ouders uit het hele land, voedingsdeskundigen, werkers in de gezondheidszorg en diverse stichtingen en organisaties mailden of belden mij om hun zorgen hierover met mij te delen. Het probleem dat ik schetste, wordt blijkbaar in vele lagen van de Nederlandse bevolking gevoeld en herkend.

In de provincie Noord-Holland is men inmiddels overgegaan tot actie. Kinderen op de Hannie Schaft school in Haarlem die gebruikmaken van de TSO (tussenschoolse opvang) laten hun broodtrommeltje sinds afgelopen dinsdag thuis. In het tot restaurant omgetoverde BSO lokaal genieten zij nu vier dagen per week van lekkere soep, vers gebakken broodjes en een fruittoetje.
Dit pilot-project is een samenwerking tussen de stichting Tijd voor Eten en biologische cateraar Het Rijk van de Keizer en wordt gefinancierd door de provincie Noord-Holland. Acht andere scholen in Noord-Holland zullen het voorbeeld van de Hannie Schaft school de komende tijd volgen. Tijd voor eten streeft naar implementatie van dit model op 24 scholen binnen 3 jaar en op 120 scholen binnen 10 jaar.

Als Zuid-Hollander volg ik de ontwikkelingen met jaloerse blikken want mijn kinderen komen nog altijd hongerig, uitgedroogd, moe en chagerijnig uit school omdat zij geen zin hebben of tijd krijgen om de inhoud van hun broodtrommeltjes op te eten. Gisteren kwam er weer een van tien jaar oud strontvervelend thuis. Bij nadere inspectie bleek dat hij tussen half negen 's ochtends en half vier 's middags twee happen bruin brood had gegeten. En in plaats van naar trompetles te gaan, graaide hij met zijn blik op oneindig hysterisch in een kilozak studentehaver waarvan de helft binnen een minuut zonder te kauwen in zijn keelgat verdween. Arm, arm kind. Het krijgt gewoon de kans niet zich behaaglijk te voelen. Het enige wat je er als ouder tegenover kunt stellen is je kinderen 's ochtends vroeg en 's middags na school intensief bijvoeren. Ouders met tijd, geld en verstand van zaken doen dat met speltpannekoeken, vers fuit en rauwkost maar er zijn ook heel veel ouders die een roze koek in het brooddoosje een makkelijker en snellere oplossing vinden.

Laat onze nationale overheid een voorbeeld nemen aan dit Noord-Hollandse initiatief. Want hoe kunnen we ooit verwachten dat onze kinderen later goed voor zichzelf en elkaar gaan zorgen als zij die zorg zelf nooit hebben gekregen?

dinsdag 25 oktober 2011

Horen vleeseters zich te verontschuldigen?

Koeien mogen weer naar buiten op de Warmonderhof, opleiding voor biologisch dynamische landbouw en veehouderij (door Rick Sloot fotografie).

Even wat anders. Vleeseten. Horen vleeseters zich onderhand te verontschuldigen voor hun gedrag? Die vraag stelde Wilma Kieskamp Trouw-lezers afgelopen weekend. Mijn korte reactie daarop staat vandaag in Trouw. Bij deze de oorspronkelijke tekst.

Niet de vleeseter dient zich te verontschuldigen voor zijn gedrag maar een overheid die het mogelijk maakt dat haar burgers zichzelf dagelijks voor een prikkie vlees uit de intensieve veehouderij voorschotelen. Al minstens vijftien jaar lang koop ik uitsluitend vlees en zuivel uit de biologisch (dynamische) veehouderij en al die tijd verbaas ik mij er over dat ik hierin een vrije keuze heb. Het bevorderen van het welzijn en de gezondheid van aarde, mens, plant en dier is toch politiek? Net als bij het vliegen en autorijden is het in eerste instantie aan de overheid om haar burgers te begrenzen in hun schadelijke gedrag. We geven onze kinderen toch ook niet de hele dag snoep omdat zij daar zin in hebben? Wanneer men de biologisch dynamische veehouderij tot norm verheft krijgt vlees weer een eerlijke prijs waardoor burgers er vanzelf matiger mee om zullen gaan. Het enige wat daar voor hoeft te gebeuren is dat de overheid weer morele verantwoordelijkheid neemt in plaats van dat zij zich opstelt als een landelijke penningmeester.

vrijdag 14 oktober 2011

Bevallen: Wat als het mis gaat?

Ik ben hard bezig mijn boek Bevallen op eigen kracht drukklaar te krijgen. Over enige tijd verschijnt het bij uitgeverij Nearchus c.v., een antroposofische uitgeverij die vanaf het begin overtuigd was van de waarde van mijn manuscript en zich graag wilde inzetten om dit vernieuwende geluid naar buiten te brengen.

Voordat Nearchus c.v. en ik elkaar hadden gevonden, had ik contact met een aantal grotere commerciële uitgevers. De meesten van hen vonden mijn boek leuk of interessant maar konden er niet goed mee uit de voeten dat ik geen arts of verloskundige was. 'Alles goed en aardig Wendy, maar je bent gewoon maar een vrouw die vier bevallingen heeft doorgemaakt. Op basis daarvan kun je vrouwen toch niet zo maar tips geven over bevallen. Want: wat als het mis gaat? Zodirect wordt het boek nog uit de handel gehaald! Nee, Jomanda-achtige toestanden daar zitten we niet op te wachten.'

De vraag 'Wat als het mis gaat' is natuurlijk heel legitiem en ik pretendeer ook niet dat hij onbelangrijk is maar mijn boek is juist een reactie op de dominantie van die vraag binnen de moderne verloskunde. Het probleem van de moderne verloskunde is namelijk dat er een beetje te veel mensen bezig zijn met de vraag: Wat als het mis gaat? Het gevolg daarvan is de voortschrijdende medicalisering van het normale menselijke proces dat bevallen is waaraan dagelijks duizenden vrouwen en kinderen onnodig lijden.

Met Bevallen op eigen kracht wil ik niet ingaan op de vraag 'Wat als het mis gaat' maar juist op de vraag: 'Wat kunnen wij vrouwen zelf doen om te zorgen dat het goed gaat?' vanuit de overtuiging dat de vraag 'Wat als het misgaat' daardoor minder aan de orde is. Volgt u het nog?

Het is namelijk juist die vraag die de verloskunde uit het oog is verloren en die haar op een dwaalspoor gebracht heeft. En het is juist de ervaringsgerichte gevoelsmatige kennis van vrouwen zelf die haar weer de goede richting op kan krijgen.

maandag 3 oktober 2011

Een witte Petrof met gouden letters


Soms verras je jezelf. Dan doe je opeens iets wat je helemaal niet van jezelf verwacht. Zo was ik er van overtuigd dat ik nooit nooit nooit van mijn leven een matwitte jaren-80 piano met gouden letters en gouden pedalen zou kopen. Maar nu heb ik dat toch gedaan. En telkens als ik er naar kijk, denk ik aan Spandau Ballet en de schoudergevulde zusjes Maywood en vraag ik me af wat ik er aan kan doen dat ik daar niet meer aan denk. Een leuk Scandinavisch kleedje er over, kindertekeningen er boven of misschien toch helemaal over laten spuiten?

Hij was niet eens goedkoop die piano. En ik was ook absoluut niet van plan hem te kopen. Maar soms neemt het leven een onverwachte wending. Op een dag kwam mijn pianostemmer langs. Zoals gebruikelijk aten we appeltaart en spraken over Franse filosofen. Toen ik aangaf inmiddels wel aan een betere piano toe te zijn, tipte hij mij een buitenkansje: een prachtige klassieke zwarte Schimmel. Af te halen bij een alleraardigste 82-jarige pianorestaurateur in Den Haag die mij en de kinderen samen met zijn vrouw graag ontving.

Nou vind ik een dergelijke sociale gang van zaken veruit te verkiezen boven lukraak 100 piano's op marktplaats afscrollen dus zette ik mijn kinderen op de warmste herfstdag sinds 1908 in onze bloedhete aircoloze auto en reed naar het centrum van Den Haag. Aan de telefoon had de restaurateur al melding gemaakt van een witte piano die eigenlijk nog beter was dan de zwarte Schimmel maar dat had ik wijselijk genegeerd. Een witte piano, brrrrrr. No way.

Toen we parkeerden kwamen de restaurateur en zijn vrouw al naar buiten om ons de weg te wijzen. We werden hartelijk ontvangen met thee, koude limonade en bonbons. De kinderen namen plaats in grote leren fauteuils en werden overladen met vragen en complimentjes. Onder de indruk van deze onverwacht koninklijke behandeling, stamelden ze aardige dingen terug als:'Wat is het hier mooi opgeruimd' en 'Wat heeft u een mooie gouden spiegel'.

Toen de limonade op was mocht de oudste de piano proberen. 'Als ik u een goed advies mag geven dan zou ik die witte Petrof nemen mevrouw' fluisterde de restaurateur samenzweerderig in mijn oor. 'Njaa, stamelde ik, ik weet niet' naarstig op zoek naar een excuus om onder die witte uit te komen. Toen begon mijn zoon op de witte te spelen, een vrolijk snel deuntje over een Olga aan de Wolga dat hij pas op school geleerd had. De restaurateur en zijn vrouw keken geamuseerd toe hoe hij de hele melodie uit zijn hoofd speelde en er lekker op los improviseerde. Ik moest inderdaad toegeven dat de piano een mooie warme klank had. Daarna liep mijn zoon naar de zwarte Schimmel en begon aan een soort medley van Rod Stewart. Tot mijn schrik klonk deze piano een stuk scheller en onvriendelijker dan de witte Petrof. O wat erg, ik zat klem. Wat moest ik doen? En die zwarte Schimmel had ook nog van die mooie klassiek gebogen pootjes met bijbehorende kruk terwijl de schuine belijning van het onderstel van die witte me deed denken aan een platenhoes van Duran Duran.

Bij het afscheid sprak ik veilig af om één en ander eerst nog even met mijn man te overleggen. Maar tot mijn eigen stomme verbazing besloot ik op hetzelfde moment om de lelijke witte piano te kopen. Waarom in hemelsnaam? Ik weet het niet. Omdat mijn pianostemmer zo aardig en betrouwbaar is en omdat die mensen zo ontzettend aardig waren tegen mij en de kinderen en omdat het geluid van die piano zo warm en vriendelijk is. En omdat ik hecht aan een menselijke natuurlijke gang van zaken. En omdat ik graag geloof dat sommige dingen onvermijdelijk zijn. Zoals een witte Petrof met gouden letters.

vrijdag 16 september 2011

Goddank, er komt weer schaarste


Het mag niet, maar ik word zo blij van politici die somber over hun miljoenennota gebogen zitten. Hoera het is crisis! Eindelijk een einde aan de financiële vooruitgang en de bijbehorende nonsens waarmee wij onze tijd verdrijven zoals drie luxe vakanties per jaar en twee auto's voor de deur. Eindelijk verlost van de luxueuze rompslomp die onze levens teistert.
We denken dat het crisis is en dat we zorgelijk en treurig moeten zijn maar wees blij, dit is het uur van de waarheid. Eindelijk mogen we weer buffelen voor ons geld. Back to basics. Ons lichaam gebruiken waarvoor het gemaakt is: Noeste fysieke arbeid. Ik hoop op houthakken of uren met mijn kinderen lopen naar een waterput. Niemand zit meer achter zijn laptop, want wat heb je daar aan als de nood aan de man is en er eenden geschoten moeten worden? Een golf van sociale warmte zal ons treffen. De crisis laat zien dat onze welvaart van 1980 tot 2011 één grote illusie was en dat we onze tijd verkeerd besteed hebben. Dit is het moment waarop ik mijn hele leven heb gewacht. Het doorprikken van de ballon waarin wij leven en dood aan het zoveelste terrasje voor een kopje thee met appeltaart.

Terwijl ik dit schrijf, spuugt Jasperina de Jong er in mijn hoofd een vet aangezet 'BAH' uit en zing ik de rest van haar liedje vrolijk hardop verder:

Camembert en patrijs
En likeurbonbons
Alles trommelgarant
Alles vol met champignons.
Bah!
Stikkend in de zalm
En pate met malaga
En de diepvries a la creme
En de paprika
Wij arme misdeelden.
Ik walg van de weelde.
Ik walg van de wijn en de kaasfondue
En ik walg van Wina Born in de Avenue.
't Zit me allemaal tot boven in de strot
En ik bid: o God,
Geef me de gruwel met krenten weer
En de sappige worm in me juttepeer
En in plaats van de Berend-Boudewijkwis
Een preek over hel en verdoemenis

De onzin van amandelen knippen en andere schadelijke praktijken binnen de reguliere geneeskunde

'Nederlandse ouders moeten afleren meteen de amandelen te laten knippen bij hun kind als het regelmatig verkouden is. Want het knippen van amandelen is helemaal geen garantie dat het kind minder vaak ziek is.'

Wat nu? Deze hoogst opmerkelijke uitspraak van het UMC werd vorige week in diverse media naar buiten gebracht. Alsof het de ouders zelf zijn die op het onzalige idee gekomen zijn de amandelen van hun kind te verwijderen. Alsof de geneeskunde een vrijplaats is volgens het principe: U vraagt, wij knippen. Alsof ouders zich de ogen uit hun kop moeten schamen dat ze hun arme kindertjes, soms verschillende keren achter elkaar (want het klierweefsel herstelt zich tegen de verdrukking in) naar de snijbank geleid hebben.

Het is natuurlijk andersom. Artsen hebben ouders decennialang verkeerd voorgelicht en dientengevolge verkeerd gehandeld. Het heeft mij in mijn prille jeugd verschillende amandeloperaties opgeleverd, keel en neus. Ik was vaak verkouden en praatte door mijn neus. Natuurlijk werd dat gewoon veroorzaakt door nat weer, algehele vermoeidheid of de grote grijze rookwolk van mijn vaders sigaretten waar niemand toen nog iets op aan te merken had. Maar het was toch echt de KNO-arts die mijn ouders er op wees dat mijn amandelen er uit moesten.

Daarna was ik nog steeds altijd verkouden en praatte ik nog steeds door mijn neus. De conclusie dat amandelen knippen niks uithaalt, trok ik al meer dan 30 jaar geleden. Gelukkig ben ik met mijn kinderen nauwelijks bij reguliere artsen geweest waardoor het hele amandel-circus aan mij voorbij gegaan is. Maar om mij heen werden kinderen van vrienden en bekenden nog altijd bij bosjes geknipt. In Nederland vinden er jaarlijks enkele tienduizenden ingrepen plaats. Stel dat zijn er 30.000 à 40.000 gedurende dertig jaar, dan zit je, met een correctie voor dubbele ingrepen, zo aan een half tot één miljoen kinderen die een compleet overbodige operatie hebben ondergaan.

Een Mea culpa aan de kant van de geneeskunde lijkt me nog wel het minste wat je in dit geval mag verwachten. 'Sorry mensen, we hebben jarenlang verkeerd gehandeld, het spijt ons. We beloven beterschap.' Maar in plaats daarvan hebben de ouders het nu gedaan. Een kinderachtig afwentelen van verantwoordelijkheid. Maar men ziet de bui natuurlijk al hangen. Want langzaam wordt
duidelijk dat die amandelen daar helemaal niet voor niets zitten. Nee, natuurlijk niet! Welk orgaan zit er nu voor niets in een lichaam? Wat een hybris van de artsenarij om te veronderstellen dat zij de schepping doorzien. Naar mijn bescheiden kennis zijn amandelen functioneel klierweefsel met een belangrijke rol in het menselijk afweersysteem. Het boek 'Vaccinatie' van Viera Scheibner vermeldt een onderzoek van Paffenbarger (1957) dat een opmerkelijk statistisch verband legt tussen het verwijderen van amandelen en het ontwikkelen van de ziekte polio. Een Mea culpa steekt natuurlijk nogal magertjes af wanneer aan het licht komt dat men jarenlang uiterst nuttig materiaal uit kinderlichamen heeft verwijderd.

Dit is niets minder dan de zoveelste medische blunder van jewelste op een rij. De geschiedenis staat er bol van: Kraamvrouwenkoorts, DES-dochters, vaccinaties met onvoorziene bijwerkingen zoals onlangs de gevallen van narcolepsie na het Mexicaanse griepvaccin. Het is maar een greep uit de enorme onoverzichtelijke brij. De wetenschappelijke geneeskunde is één langlopend medisch experiment van technische interventie in het menselijk systeem waarvan men de langetermijn- effecten niet overziet. Voor zover mogelijk worden de schadelijke effecten hiervan meestal vakkundig weggepoetst of wordt de verantwoordelijkheid ontdoken door er in bedekte termen over te communiceren. Zoals nu, door ouders subtiel als verantwoordelijken aan te wijzen.

Volgens een arts van het UMC moeten ouders meer kennis opdoen, zodat ze samen met de artsen een weloverwogen beslissing kunnen nemen over de beste aanpak van de klachten. Ik hoop dat deze arts er op doelt dat ouders weer moeten leren hoe ze de neus en oren van hun verkouden kind eenvoudig kunnen genezen door zout water in de neus te druppelen. Nog veel belangrijker is het echter, dat artsen zelf weer leren dit soort eenvoudige middelen toe te passen voordat ze met grof geschut als antibiotica en operaties gaan schieten. Wanneer ouders dan ook weer de tijd gaan nemen om hun zieke kind goed te verzorgen zodat het herstel voorspoedig verloopt en het afweersysteem tot volle bloei kan komen, zal blijken dat ondersteuning van het natuurlijke afweersysteem een uiterst eenvoudige, doeltreffende en goedkope manier is om de volksgezondheid te bevorderen. Met uiteraard minder inkomsten voor artsen en farmaceutische industrie. Maar dat nemen we graag op de koop toe.

Behalve dat ouders meer kennis moeten opdoen, zou men zich ook eens kunnen verdiepen in de vraag hoe het mogelijk is dat onzinnige schadelijke praktijken als die van het amandelen knippen zo lang stand houden. In dezelfde periode dat het amandelen knippen oprukte, nam ook het verwijderen van baarmoeders met de helft toe (1971-1981:19.000 naar 28.000). En hoe zit het tegenwoordig met al die pendelende teelballen en vernauwde voorhuiden? Jonge jongens worden er op grote schaal aan geopereerd. In hoeverre zijn dat ook problemen waar kinderen vanzelf overheen groeien? Laten we alsjeblieft niet wachten tot artsen zelf het antwoord op deze vragen geven. Want dan zijn we zo weer dertig jaar en een miljoen verminkte kinderen verder.

zaterdag 10 september 2011

De toekomst van de Nederlandse verloskunde: herstel autonomie van de vrouw

Veel vrouwen weten het nog niet, maar het is een heel spannende tijd voor hen die nog een bevalling voor de boeg hebben. Maandag 12 september beslist de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) over de koers die zij wil gaan varen in de zorg rondom zwangerschap en geboorte. Afgelopen juni heeft de KNOV een voorkeur uitgesproken voor een integraal medisch model van zorg wat inhoudt dat bevallen in Nederland in de toekomst volledig gemedicaliseerd zal worden.

Dit is een regelrechte ramp voor vrouwen en kinderen! De technische probleemgerichte visie op bevallen zal de norm worden wat betekent dat steeds meer vrouwen op een harde agressieve manier van hun kinderen zullen worden verlost. En dat terwijl er nog zo veel winst te behalen valt in een betere ondersteuning van de natuurlijke kracht en mogelijkheden van vrouwen. Het hele veld ligt nog open om (her)ontdekt te worden.

Het is juist de technische probleemgerichte visie op bevallen die de verloskunde ondermijnt en steeds meer problemen opwerpt. Vrouwen kunnen alleen maar veilig bevallen als ze hun eigen kracht goed leren te gebruiken en daar de faciliteiten voor krijgen. Wanneer zij hun kind er in de toekomst standaard, en plein publique, tegen de zwaartekracht in, uit moeten persen, wordt medische hulp of een medisch model van zorg een self-fullfilling prophecy. En natuurlijk blijkt dat ook uit onderzoeken die zich baseren op een praktijk waarin vrouwen niet in staat gesteld worden hun natuurlijke kracht te gebruiken. Wetenschappelijk onderzoek is niets waard zo lang het zich baseert op slechte praktijken!

Verloskundigen zijn geleidelijk heel geraffineerd meegezogen in de stroom van de gynaecologen die hen onderwijzen. Nu is het zo ver dat zij hun exclusieve functie als hoedster over het normale proces van bevallen volledig uit het oog dreigen te verliezen. Ik hoop dat verloskundigen beseffen dat zij het wezen van hun vak, het ondersteunen van vrouwen, met een medisch model de rug toe keren. Dat zij hun eigen vak daarmee uithollen en zichzelf overbodig maken. Daar kun je voor kiezen. Maar vrouwen zullen altijd behoefte hebben aan steun in het normale proces en zullen daar ook hulp voor zoeken. Dat gebeurt nu al in toenemende mate met de bevallingscoaches, de zogenaamde doula's. Met een medisch model van zorg zullen verloskundigen zich verwijderen van vrouwen. Zeker in deze tijd waarin men zich in toenemende mate bewust wordt van de beperkingen van wetenschap en techniek en de aandacht voor natuurlijke kracht alleen maar toeneemt.

Het bizarre aan de hele verloskunde is dat vrouwen zelf geen stem hebben in de besluitvorming rondom bevallen. Ik stuurde elf dagen terug een brandbrief aan de KNOV waar tot op heden geen reactie op kwam. Men kan toch allicht reageren?
Het tekent de situatie. Er wordt over vrouwen besloten. En de hoogste macht daarin ligt in handen van een door mannen gedomineerde groep gynaecologen die bevallen ziet als een technisch specialisme en die zich vanuit hun eigen ervaring en gevoel niet kunnen verbinden met bevallen.

De verloskunde van de toekomst heet geen verloskunde maar geboortekunde. Daarin draait het om de kunde van een vrouw haar kind geboren te laten worden. Die geeft de bevalling weer terug aan de vrouw, zal haar autonomie en deskundigheid in ere herstellen en zichzelf bescheiden op de achtergrond plaatsen. Maar of verloskundigen hier nog deel van zullen uitmaken, valt nog te bezien.

Hieronder volgt mijn brief aan de KNOV

Geachte KNOV,

Naar aanleiding van mijn stukken in NRC en eerdere publicaties over bevallen in diverse dagbladen (zie www.bevallenopeigenkracht.nl, actualiteit) kreeg ik diverse reacties van verloskundigen uit het hele land. Verschillende van hen hebben mij gevraagd contact met u op te nemen om mijn visie met u te delen met name wat betreft de vergadering van 12 september 2011 waarin besloten zal worden over de koers die de verloskunde in de toekomst zal moeten gaan varen.

Ik heb begrepen dat men afgelopen juni een voorkeur heeft uitgesproken voor optie vier wat neerkomt op een integraal medisch model van zorg. Ik maak mij hier grote zorgen over en ben bang dat jullie hiermee een fout begaan die vrouwen en verloskundigen veel schade zal toebrengen. Het medicaliseren van de bevalling past niet in deze tijd waarin vrouwen juist steeds meer gebruik willen maken van hun natuurlijke kracht. Overal ter wereld ontstaan initiatieven van vrouwen die tegen de medicalisering ingaan (gentle birth, orgasmic birth, hypnobirthing, doula's ,unassisted childbirth, freebirth, bevallen op eigen kracht, vrije geboorte), Het is een ontwikkeling in opmars. Het is een tijd waarin de beperkingen van techniek en wetenschap steeds meer gevoeld worden en men zich realiseert dat we de kracht van de natuur niet moeten beheersen maar slim gebruiken.

Mijn idee van een houdbare en duurzame verloskunde is dat de natuurlijke kracht van vrouwen weer het uitgangspunt wordt van de verloskunde en dat zij zich op wetenschappelijk niveau over de vraag buigt hoe die zo optimaal mogelijk ingezet kan worden om een gezonde bevalling te bevorderen en problemen tegen te gaan. Binnen de zorg aan zwangere vrouwen is de wetenschap een manier om zorg te verlenen maar beslist niet de enige manier. Ervaring en gevoel zijn minstens zo waardevol als wetenschap. En daarover beschikken zwangere en bevallende vrouwen zelf. Zij zijn het die in verbinding staan met hun lichaam en geest. Zij zijn het die direct informatie krijgen aangeleverd. Een verloskundige of gynaecoloog moet zich uiteindelijk behelpen met afgeleide kennis, via het lichaam van een vrouw, via een apparaat en via de interpretaties daarvan. In de zorg van de toekomst staat de bevallende vrouw centraal en treedt de verloskundige en of gynaecoloog bescheiden op als adviseur. De vrouw die bevalt heeft de regie.

Het is prima als verloskundigen een wetenschappelijke opleiding gaan krijgen. Maar die moet dan wel primair gericht zijn op de natuurlijke kracht van vrouwen en in balans zijn met de ervaringsgerichte en gevoelsmatige kennis van vrouwen en verloskundigen. Wetenschap alleen is te beperkt om zwangere vrouwen goede zorg te kunnen geven bij hun bevalling.

Ik vind dat verloskundigen zich moeten emanciperen van de wetenschappelijke probleemgerichte verloskunde die hen onderwezen wordt door mannelijke gynaecologen die hun gevoel en ervaring niet kunnen betrekken in de materie. Bevallen draait om gevoel en ervaring. Dat zou het vertrekpunt van toekomstig onderzoek moeten zijn..

Zonder dergelijke fundamentele overwegingen raakt de verloskundige zorg op termijn uitgehold. Het is onvermijdelijk dat er dan van onderaf groepen zullen opstaan (zoals nu gebeurt met de doula's) die dit vacuum trachten op te vullen.

Graag treedt ik verder met u in contact als behartiger van de belangen van de zwangere en bevallende vrouw.

Hartelijke groet,

Wendy Schouten,

auteur Bevallen Op Eigen Kracht (eind 2011 bij Nearchus c.v.)
www.bevallenopeigenkracht.nl
www.eigenkracht.blogspot.com

maandag 5 september 2011

Technocratisering van ontluikende liefde in Zweden

Het leuke van leven in Zweden is dat je zo vijftig jaar terug in de tijd bent. Zo woonden wij in een traditioneel geel houten huis op een paardenboerderij, haalden ons drinkwater uit een geneeskrachtige bron en hadden een buurman die smid was. Onze buurman aan de andere kant was jager. Op een avond bracht hij zo maar een paar kilo eland langs waar ik een vorstelijke roastbeef van bereidde terwijl de kinderen op een schapenvel in het knapperend haardvuur tuurden.

En hoewel de kinderen bij nader inzien misschien wel naar Vii Sport tuurden en niet naar het haardvuur, staat cultuur in Zweden nog altijd in de schaduw van natuur. Simpelweg door het gebrek aan mensen en de overvloed aan natuur. Want ook hier verpesten mensen de openbare ruimte natuurlijk met parkeergarages en meubelboulevards. Maar de schaal waarop dat gebeurt, blijft redelijk binnen de perken. Als je de auto's, sneeuwschuivers en computers wegdenkt, bevind je je in Zweden vaak nog midden in de nostalgische wereld van Elsa Beskow, John Bauer, Astrid Lindgren en Carl Larsson.

Nu ik weer temidden van het asfalt leef en er niet meer dagelijks eekhoorntjes en hertjes door mijn tuin rennen, doe ik geregeld de gordijnen dicht en speel dat ik in Zweden ben. Dan kijk ik naar mijn handbeschilderde Dalarna paard en lees ik Dagens Nyheter op de computer, naar Nederlandse maatstaven een meditatief sensatieloze krant. Toen ik daar afgelopen zondag mee bezig was, las ik opeens het volgende:

'Onduidelijke rechtspositie bij jongeren die seks hebben'

'O, god', dacht ik, Ze hebben vast weer iets raars bedacht. Ik voelde dat ik hier eigenlijk geen zin in had. Dat dit bericht mijn hardnekkig romantische beeld van Zweden weer eens wreed ging verstoren. En inderdaad. Wat bleek?

Zweedse jongeren onder de 15 durven geen advies over seks meer in te winnen bij instanties of hun ouders omdat ze bang zijn de gevangenis in te moeten. Zes jaar geleden is er namelijk een wet aangenomen waarbij sex tussen jongeren als verkrachting wordt beschouwd wanneer één van hen jonger is dan 15 jaar. Want iemand van die leeftijd is nog niet in staat om bij zijn volle verstand in te stemmen met seks.

Sinds de wet is aangenomen, komt dit type misdrijf steeds vaker voor. Onlangs werd een 15 jarige jongen die seks had met een 13 jarig meisje veroordeeld tot een schadevergoeding van 1650 Euro, ondanks het feit dat het meisje had ingestemd met de seks.

Nu blijkt het ook zo te zijn dat meisjes hierbij in de praktijk positief gediscrimineerd worden.
Zo werd een 15 jarig meisje dat seks had met twee dertienjarige jongens vrijgesproken. Het hof besloot zelfs dat de jongens het meisje misbruikt hadden om hun sexdebuut te maken. Een ander meisje, een paar jaar ouder dan de jongen onder de 15 waar ze seks mee had, werd aanvankelijk aangeklaagd wegens verkrachting maar uiteindelijk vrijgesproken. Ondanks het feit dat ze zware druk op de jongen had uitgeoefend om seks met haar te hebben.

In de Zweedse berichtgeving verbaast men zich vooral over de discriminatie. Maar mijn verbazing gaat heel ergens anders naar uit: Waarom laten Zweden in het sociale verkeer nooit eens iets op zijn natuurlijk beloop? Waarom kunnen kinderen niet ongecompliceerd met elkaar rommelen zo lang er geen sprake is van geweld of verdriet? Het kan toch nooit de bedoeling zijn dat je je 15-jarige zoon aan zijn verstand moet peuteren dat zijn eerste verkenningen op het sexuele pad mogelijk strafbaar zijn? Wat is het toch een vreemde paradox dat een land dat zo in harmonie leeft met de natuur op sociaal vlak zulke technische onnatuurlijke wetten hanteert.

Zelf heb ik het ook gezien. Met name op ouderavonden waar men werkelijk voor alles een protocol opstelt: Voor pesten, verjaardagen, tractaties, niets wordt aan het toeval overgelaten. Voor mij had dat altijd iets genants. Alsof je zelf niet over voldoende inventiviteit beschikt om ergens een oplossing voor aan te dragen. Maar daar zit hem nou net de crux. Oplossingen bedenken voor sociaal lastige situaties vindt een Zweed beduidend lastiger dan een Nederlander.

Eerst dacht ik nog dat het iets te maken had met geografische omstandigheden. Dat men vanwege sneeuw en lange afstanden zo op zichzelf was aangewezen dat sociale vaardigheden er gewoon bij in schoten. Maar dat zou betekenen dat Canadezen, Siberiërs en Eskimo's met hetzelfde probleem kampen. En daar hoor je toch weinig over. Maar misschien hoor je überhaupt weinig over deze bevolkingsgroepen.

Hoe dan ook, tegenwoordig vermoed ik dat het anders ligt. Dat men in Zweden zo druk is met geld verdienen dat er niemand meer is die het normaal verloop van ontluikende liefdes een beetje in de gaten kan houden. En omdat men in Zweden toch al gewend is dat alles collectief geregeld wordt, kan het liefdesleven van haar burgers daar ook nog wel bij. Het alom geprezen sociaal-economische systeem heeft de Zweden vervreemd van hun natuurlijke sociale gedrag. En dat vind ik jammer. Want daardoor bestaat het romantische Zweden van Elsa Beskow, John Bauer, Astrid Lindgren en Carl Larsson nog wel voor het oog, maar niet in het echt.

dinsdag 30 augustus 2011

Geen kleffe boterham voor pubers op school

afbeelding: Carl Larsson

Oorspronkelijke tekst van 'Geen kleffe boterham voor pubers op school op school' (NRC 27-08-2011)

Na twee schooljaren in Zweden, beginnen onze kinderen het nieuwe schooljaar weer in Nederland. Dus sta ik 's ochtends weer als vanouds machinaal boterhammen te smeren voor drie man en een vrouw. Dat vind ik helemaal niet erg om te doen. Maar wat ik wel erg vind is het feit dat de helft daarvan niet wordt opgegeten.

Wat ik ook doe, een door elkaar gerammelde fruitsalade, warm geworden stukjes paprika en zweterige boterhammen met kaas zijn gewoon meestal niet meer de moeite van het opeten waard. Het brooddoosje van mijn zoon heeft in zijn klas na twee dagen al de bijnaam 'de prullenbak'. Bovendien is er volgens mijn kinderen vaak maar vijf minuten tijd om te eten omdat de pauze anders zo kort is. En spelen is nu eenmaal leuker dan eten.
Het gevolg is dat je om drie uur zit opgescheept met vier jengelende kinderen die je, doodmoe en shaky van de honger, smeken om vocht en een shot zoetigheid en een leerkracht die niet echt te spreken is over hun gedrag. Maar wat voor een kans op goed gedrag geef je kinderen met vijf happen brood op en drie kwartier pauze tussen half negen en kwart voor drie?

Het is een groot contrast met de situatie in Zweden. Daar waren onze kinderen meer buiten dan binnen. Ze begonnen de dag met een skitocht of een boswandeling en kregen aan het eind van de ochtend een vers bereide biologische warme maaltijd voorgeschoteld. In de klas werd samen gegeten: Stevige stoofschotels, lokale aardappelgerechten, groene salades, warme appeltaart met slagroom en soms pannenkoeken met ijs. Wanneer ik ze rond tweeën ophaalde kreeg ik ze uitgerust, blozend en voldaan mee naar huis waar ze de rest van de middag zonder zeuren een iglo bouwden.

Mens sana in corpore sano: een gezonde geest in een gezond lichaam. Het Zweedse onderwijs houdt dit principe hoog door te streven naar een goede balans tussen de fysieke en de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Men is zich er van bewust dat fysiek welzijn een voorwaarde is voor de vorming van het intellect. In Nederland ontbreekt dat besef. School is er voor de intellectuele vorming, het fysieke welzijn van kinderen is een taak voor ouders. De geest krijgt aandacht van half negen tot drie, het lichaam daarna. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Zeker niet bij kinderen in de groei. Een lichaam dat dag na dag uren achter elkaar genegeerd wordt, komt in opstand. Dat uit zich in hyperactiviteit en een ongezonde voorkeur voor energierijk voedsel.

Dat honden en kinderen veel uitgelaten moeten worden, weet iedereen. Vreemd genoeg gaan de ontwikkelingen in Nederland juist precies de andere kant op. De tijd die op school gereserveerd wordt voor basisbehoeften als eten en bewegen lijkt met de jaren af te nemen terwijl er van alle kanten meer cognitieve vorming in het lespakket gepropt wordt. De toegevoegde waarde daarvan is vaak twijfelachtig: Een cursus Engels voor peuters, dyslexie-testen voor kleuters en klasjes voor hoogbegaafden. Nederlandse kinderen worden steeds grotere hoofden waarbij hun lichaam door henzelf en hun omgeving steeds meer als een obstakel wordt ervaren. Een risicovolle ontwikkeling, want in het verstedelijkte Nederland, met beperkte bewegingsvrijheid, gebrek aan natuur, vervuilde lucht en geluidsoverlast hebben kinderen juist meer fysieke ondersteuning nodig en niet minder. De bolleboosjes in het hoogbegaafdenklasje zijn meer gebaat bij een gezellige gezamelijke maaltijd, een potje voetbal of een middag samen kikkers vangen dan bij een verhandeling over aerodynamica of een debat over de Europese Unie.

Met het verdwijnen van de natuur om ons heen lijken we ook geleidelijk onze natuurlijke behoeften uit het oog te verliezen. Maar het feit dat er geen bomen meer op het schoolplein groeien, betekent niet dat kinderen ook de behoefte hebben verloren er in te klimmen. Bewegen is de natuur van kinderen en ze leren beter rekenen door hun eigen sprongen te tellen dan door een abstracte optelsom uit een boekje.

Vergeleken met de Zweedse situatie wordt de basisbehoefte aan energie en beweging van Nederlandse schoolkinderen ernstig verwaarloosd. Dat is nadelig voor hun fysieke ontwikkeling (Is het toeval dat de Zweedse kinderen uit de klas van mijn oudste allemaal minstens een kop groter waren hijzelf en zijn Nederlandse klasgenootjes?) en het ontwikkelen van gezonde leefgewoonten. Juist nu de Nederlandse overheid zich steeds meer zorgen maakt over de toename van ongezonde leefgewoonten en de epidemische vormen die obesitas onder de jeugd aanneemt, is het een goed moment om eens te kijken hoe men hier buiten de landsgrenzen mee om gaat.

Het aanleren van gezonde leefgewoonten vindt voor een groot deel plaats in de schoolgaande leeftijd. Daarbij gaan kinderen tegenwoordig meestal niet meer naar huis om tussen de middag te eten maar blijven het merendeel van de dag op school. Dit, gecombineerd met het feit dat de energiebehoefte van kinderen en jongeren, zowel het gebruik als het verbruik, het grootst is gedurende de schooldag, leidt tot de simpele conclusie dat school en opvang de aangewezen plekken zijn waar men zich zou moeten ontfermen over de fysieke basisbehoeften van kinderen. Het heeft geen enkele zin om kinderen en hun ouders met campagnes tot gezonde leefgewoonten te bewegen als schoolgaande kinderen gedurende de dag niet de kans krijgen een normaal voedingspatroon te ontwikkelen en zich door middel van beweging bewust te worden van hun lichaam en bijbehorende behoeften.

Na twee dagen melden zoon en dochter dat ze geen gegrilde worstjes, stukjes kibbeling of los fruit meer in hun brooddoosjes wensen. Ze krijgen het allemaal niet op in de tijd die hen geboden wordt. Liever willen ze, net als alle andere kinderen, gewoon twee boterhammen, een appel en een pakje Wicky of dubbeldrank. Dan kunnen ze tenminste lekker snel naar buiten. Twee boterhammen en een appel op een dag van half negen tot drie? Voor een meisje van 8 en een jongen van 12? Maar ik snap het wel. Een mens heeft ook wel wat leukers te doen dan zes kleffe boterhammen wegkauwen. Wie heeft er ooit een verkwikkende berg boterhammen gegeten? Het is een eetcultuur om je voor te schamen. Niets meer of minder dan een pragmatisch Calvinistisch antwoord op het verdwijnen van de huisvrouw uit de keuken. Het stilt de honger maar is vreselijk onbevredigend.

Mijn Oma Truus zaliger hanteerde nog de oud-Hollandse volkswijsheid 'Ontbijt als een keizer, lunch als een koning en dineer als een zwerver'. Wanneer ik dan om twaalf uur 's middags vol bietjes, warme aardappelen en speklapjes zat, kon ik er de rest van de dag tenminste weer tegenaan. 's Avonds was er niet meer nodig dan een lichte broodmaaltijd. Voor schoolgaande kinderen is de situatie tegenwoordig omgedraaid. Gedurende de dag genieten zij een lichte broodmaaltijd en vlak voor het slapen gaan werken zij nog even snel een bord spaghetti Bolognese naar binnen zodat hun lichaam gedurende de nacht niet met rust, groei en herstel bezig is maar volle toeren draait om de spaghetti over het lichaam her te verdelen.

Vooral puberjongens van 14, 15, 16 jaar zijn de klos in dit systeem. In hun ondervoedheid en onophoudelijke zucht naar calorieën en bevredigender voedsel dan een pak droge boterhammen, leggen die arme jongens rond het middaguur bij Albert Heijn de band vol met familiepakken Snickers, negerzoenen, roze koeken en blikjes cola. De snelste en makkelijkste weg om hun chronisch verlaagde bloedsuikerspiegel omhoog te stuwen zodat zij zich weer een moment verzadigd voelen. Maar niet lang daarna wacht deze jongens een dip van jewelste wegens de overmatige insulineproductie die de berg geconsumeerde suiker tot gevolg heeft. Dan hangen ze moe en verveeld in hun schoolbanken. Lastig, maar ja, zo zijn pubers hè!

Wat deze jongens werkelijk nodig hebben, zijn gebraden kippepoten, lasagneschotels, gebakken aardappels in de schil, pasta genovese, gegrilde groenten en wat dies meer zij. Onderschat de energiebehoefte van pubers niet! Als ouder of verzorger heb je er zo een dagtaak aan. Maar als niemand het die jongens voorschotelt of het hen leert maken, zullen ze de waarde daarvan nooit leren kennen en hun armzalige kostje zelf bij elkaar grazen en snaaien bij de grootste kruidenier van Nederland.

Dus daarom: Jamie Olivers uit de lage landen, sta op en verenigt u! Red deze jongens en meisjes die hun behoeftige lichamen vullen met holle calorieen. Behoed ons voor een bevolking met de slapte van een week krentebrood. Je bent wat je eet. Ons hele land is niet meer dan een kleffe boterham met jam. Hoe dachten we op die manier de crisis te boven te komen? De toverformule van het economisch succes van Zweden zit hem echt niet alleen in een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen maar hangt voor een groot deel samen met de aandacht en zorg die er in Zweden is voor basisbehoeften als voeding en beweging. Mogelijk een gevolg van het feit dat vrouwen, die van nature meer op primaire zorgbehoeften gericht zijn, in Zweden vaker functies bekleden waarin zij invloed uitoefenen op het zorgbeleid.

Het lastige is dat onze bewegingsloze ondervoede kinderen zich moeten handhaven in een maatschappij waarbij ze van alle kanten de hele dag snoepzakjes, limonade en koek krijgen aangeboden. Els Overkamp schreef op 14 juni j.l. een raak betoog in de Volkskrant waarin zij zich uitsprak tegen de constante ongevraagde bijvoering van haar kinderen door middenstand en sportverenigingen. Snoep, limonade en koek hoort niet in een mens. Het is zand in de motor. Het onttrekt vitaminen en mineralen aan je lichaam. Misschien niet zo heel erg als je daar genoeg van binnenkrijgt. Maar als daar alleen maar boterhammen met jam en hagelslag tegenover staan en je lichaam net een groeispurt doormaakt, pleeg je roofbouw op je lichaam. Een overheid die de gezondheid van haar bevolking serieus neemt moet gezond eten faciliteren en slecht eten afschaffen. Simpel. Met roken is het ook gelukt.

Natuurlijk heeft Zweden, vanwege een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen en een hoger belastingtarief meer middelen om elke school uit te rusten met een keuken en een kok. En natuurlijk heeft Zweden meer natuur en bomen waar kinderen zich in kunnen vermaken. Dat leidt geen twijfel. Maar dat betekent niet dat we de jeugd dan maar moeten afschepen met een paar armetierige boterhammen en drie kwartier tegen elkaar aanbotsen op een stenen schoolplein. Dat is niet minder dan een gebrek aan beschaving.

Na school gaat mijn oudste direct de stad in, viool spelen. Dat doet hij niet onverdienstelijk. Gisteren kreeg hij in een uur zo maar 67 Euro toegeworpen. Daar kan een normaal mens nauwelijks tegenaan werken. Van het geld gaat hij ook nog even een agenda halen. Hoogstwaarschijnlijk sluit hij zich daarna aan in de rij hongerige pubers bij de AH voor een snickers en een bounty. Begrijpelijk. Maar triest is het wel.

zondag 21 augustus 2011

Vaderschap

Soms bevindt het belangrijkste nieuws zich zo maar opeens op de laatste pagina van de krant. Zo ook afgelopen zaterdag in TROUW. Twee wonderschone stukken met als verbindend element het vaderschap.

In het eerste stuk beschrijft Ric Elias de inzichten die hij opdeed toen zijn vliegtuig op 15 januari 2009 een noodlanding maakte in de Hudson bij New York. Terwijl het toestel met werkloze motoren in volle vaart richting de Hudson naar beneden stortte en Elias zijn laatste seconden telde, realiseerde hij zich opeens waar het echt om gaat in het leven. Hij leerde drie dingen. Ten eerste: Dat hij niets meer wilde uitstellen in zijn leven. Ten tweede: Dat hij alle negatieve energie uit zijn leven wilde bannen. En ten derde: Dat hij zijn kinderen wilde zien opgroeien. Later besefte hij: 'Het aller-, allerbelangrijkst, het enige doel dat ik in mijn leven heb, is een goede vader zijn.' Gelukkig overleefden alle 155 inzittenden van US Airways de noodlanding en kon Elias zijn verhaal navertellen in een TED-lezing dit voorjaar in Californië.

Het stuk sluit bijna naadloos aan bij de wijze Nelleke Noordervliet die de branden in Londen en Birmingham in verband brengt met afwezige vaders. Jongens, zo schrijft zij, hebben een goed voorbeeld nodig in een periode waarin ze hun mannelijke eigenschappen ontwikkelen en beproeven. De vader als leidsman, wetgever en aanbieder van structuur. Zowel letterlijk, in de vorm van een betrokken vader als figuurlijk in de vorm van een betrokken maatschappij. Het is de afwezigheid hiervan die jonge mannen er uiteindelijk toe drijft hun kracht en drift op een ongecontroleerde manier tot uitdrukking te brengen en over te gaan tot geweld.

In Zweden lijken de rellen zoals die zich in Engeland voordoen ondenkbaar. De uitmuntende afgemeten zorg van vadertje Staat creëert hier vooral volgzame gehoorzame maar ook tamelijk willoze burgers. Het behoedt het land voor excessen zoals in Engeland maar is het ideaal? Mwaah....Een beetje meer vuur mag ook wel. Bovendien zijn de biologische vaders vooral bezig met luiers verschonen en samen wandelen achter een kinderwagen in plaats van dat ze jongens in de cruciale periode van 11 tot 18 bijstaan in het vormen van hun mannelijkheid. In die periode zijn ze waarschijnlijk nog minder aanwezig dan Engelse vaders. Niet alleen omdat ze werken maar ook omdat de feministische beweging uitgesproken mannelijkheid heeft weggepoetst. Je treft het alleen nog aan onder een handjevol vikingen van 65+ en de allochtone Assyrische bevolking. De gebogen schouders, freaky kapsels en volgepiercte gezichten van veel tienerjongens in Zweden kunnen dan ook opgevat worden als de stille naar binnen gerichte variant van het geweld in Engeland.

Sinds kort wonen we niet meer in Zweden maar zijn we weer terug in Nederland. En hoe zeer ik ons leven in de vrije natuur ook mis, ik ben blij dat we als gezin weer één geheel vormen en dat Zeno weer meer tijd met onze oudste zoon kan doorbrengen. Want wat ik ook doe, als ouder ben ik voor hem het afgelopen jaar onherroepelijk van mijn voetstuk afgevallen. Jongens die een man moeten worden, hebben hun vader, of in ieder geval een mannelijk rolmodel nodig. Daarbij kunnen ze hun moeder slecht gebruiken. Iets wat mij keer op keer in klare taal te verstaan wordt gegeven. Zo bracht ik een paar maanden geleden een spijkerbroek uit Nederland voor mijn zoon mee die hij direct boos in een hoek smeet. 'Belachelijke broek en superlelijke kleur!' Toen Zeno een week later precies dezelfde broek meenam, klonk het opgewekt: 'Hee bedankt pap, mooie broek!'

Na jarenlang een symbiotische eenheid gevormd te hebben met mijn oudste zoon, vallen mij nu slechts nog opgetrokken wenkbrauwen en afkeurende geluiden ten deel. De details van het leven zoals het drinken van biologische melk of op tijd naar bed gaan zullen hem een zorg zijn. Zich een weg banen door de jungle van de gevaarlijke buitenwereld wil hij. Van zijn vader wil hij leren hoe hij moet jagen en hoe hij de gevaren op zijn weg moet tackelen. Dat doet hij nu en ik zie hoe mijn zoon zijn schouders recht, trots uit zijn ogen kijkt en weer straalt. Weliswaar leert zijn vader hem niet jagen op bizons maar op een rugbybal en tackelen ze mensen in plaats van dat ze slangen doden. Maar dat zijn slechts details.

zondag 17 juli 2011

Over Julian Assange en de beschermde positie van de Zweedse vrouw


Oorspronkelijke tekst van het artikel 'Assange wist niet dat de Viking bij vrouwen op eieren moet lopen'(NRC 16-07-2011).

Een gekwetst mens kan in Zweden altijd rekenen op bescherming en bijstand. Dat klinkt sympathiek en dat is het ook.

Een oervervelend sujet uit de klas van mijn oudste maakte zichzelf het leven zo onmogelijk dat niemand meer met hem wilde spelen. Maar in plaats van dat iemand het kind eens een stevige veeg uit de pan gaf, werden alle ouders van de klas opgetrommeld om met elkaar te spreken over 'de problemen die er speelden'. Belangrijkste conclusie was dat iedereen voortaan aardiger kon zijn tegen het sujet dat toch al een moeilijke tijd achter de rug had. Zijn eigen aandeel in de misère was daarbij van ondergeschikt belang. Ik vond het te belachelijk voor woorden maar na een poosje bleek het te werken. De groep omarmde de jongen en bleef, ondanks zijn agressieve gedrag, aardig tegen hem waardoor hij weer min of meer deel ging uitmaken van de groep.

Dat die houding voor ons, overassertieve randstedelingen, even wennen was, bleek uit een reactie van mijn dochter. Haar (boeddhistische) meester sprak af om een agressor in de klas met de handen licht toe te sturen onder het uitspreken van de woorden: 'Ljus, ljus', waarop mijn dochter, eenmaal thuisgekomen, zei: 'Hij gaat zelf maar lekker licht sturen', maar als Måns mij schopt, dan schop ik gewoon terug.'

Bescherming en slachtofferschap

In Zweden is het recht op bescherming van de kwetsbare burger een groot goed. Men zorgt voor haar burgers 'från vaggan till graven' (van de wieg tot het graf). De Zweedse staat is als een zorgzame vader die een veilige ruimte schept voor al zijn kinderen en er streng op toeziet dat hun persoonlijke integriteit niet geschaad wordt. Dat uit zich in een strikte wetgeving en talloze overheidsorganisaties waar de kwetsbare, hulpbehoevende burger terecht kan. Zo krijgen onze kinderen elke morgen bij het ontbijt via de achterkant van een pak melk het nummer van kindernoodlijn BRIS gepresenteerd en kunnen wij zelf, in geval van onheuse bejegening of discriminatie terecht bij de Diskrimineringsombudsmannen.

Enerzijds is dat natuurlijk sympathiek, sociaal en beschaafd. Wij Nederlanders zouden er nog wat van kunnen leren. Anderzijds vraag ik me geregeld af waar bescherming precies ophoudt en slachtofferschap begint. Wordt het geen slappe bedoening als het zo weinig aankomt op persoonlijke kracht?

De zaak Assange
Precies dit spanningsveld komt naar voren in de beschuldigingen die Zweden uit aan het adres van Julian Assange, voorman van klokkenluiderssite Wikileaks. Het hof van justitie wil hem horen op verdenking van verkrachting, seksuele molestatie en het uitoefenen van onwettige dwang met betrekking tot twee vrouwen, mevrouw A. (31 jaar) en mevrouw W. (26 jaar) en heeft een Europees uitleveringsbevel tegen hem uitgevaardigd.

Assange ontmoette beide vrouwen in augustus vorig jaar op een congres in Stockholm waar hij een lezing gaf op uitnodiging van de christelijke afdeling van de Sociaal-Democratische Partij. Mevrouw A. was daar politiek secretaris, organisator van het congres en Assanges woordvoerster terwijl mevrouw W. een bewonderaarster van Assange was die zich als vrijwilligster meldde bij de organisatie van het congres. In de dagen tussen 13 en 18 augustus hadden zij beiden, zonder het van elkaar te weten, seks met Assange.

Geheel in de stijl van Wikileaks, lekte een geheim Zweeds document over het strafonderzoek van de Zweedse politie uit. Daaruit blijkt dat de aanklacht van verkrachting draait om het niet gebruiken van een condoom tegen de wil van mevrouw W. en dat de andere aanklachten verband houden met het opzettelijk kapotscheuren van een condoom en fysiek intimiderend gedrag bij mevrouw A. Beide vrouwen stemden initieel toe in contact met Assange maar geen van hen wilde onbeschermde seks met hem. Assange wordt nergens beschuldigd van het gebruiken van geweld.

Een misdrijf?
In de buitenlandse media overheerst ongeloof. Hoe kan het dat dergelijke feiten in Zweden worden opgevat als serieuze misdrijven, laat staan verkrachting?

De getuigenissen maken duidelijk dat Assange zich als een hork gedraagt: Hij rukt mevrouw A. onbehouwen de kleren van het lijf, trekt haar ketting kapot en penetreert mevrouw W. 's ochtends in haar slaap zonder condoom terwijl zij de avond daarvoor herhaaldelijk duidelijk heeft gemaakt dat niet te willen. Wanneer ze daarna opmerkt niet hoopt zwanger te zijn, antwoordt Assange koeltjes dat Zweden toch een mooi land is om kinderen op te voeden.

Allemaal reuze respectloos, maar als er helemaal geen sprake is van geweld, is het ongenoegen van beide vrouwen dan niet gewoon een geval van 'bad sex'? Een persoonlijke inschattingsfout die je kunt maken wanneer je sex hebt met een wildvreemde? Daarbij is het opvallend dat de vrouwen weinig tot niets hebben ondernomen om Assange op hun grenzen te wijzen. Toen Assange mevrouw W. 's ochtends in haar slaap zonder condoom penetreerde, maakte ze het maar af want het was toch al te laat. Mevrouw A. tracteerde hem na zijn misdaad nog op een kreeftenfeest, twittert daar enthousiast over en liet hem nog dagen in haar appartement bivakkeren. Mevrouw W. fietste na de misdaad samen met Assange naar het station waar ze zijn treinkaartje betaalde.

Ontkenning en ongeloof
Assange zelf ontkent de verdachtmakingen en vecht vanuit Engeland zijn uitlevering aan Zweden aan. Hij suggereert dat het om een lastercampagne gaat en vreest, eenmaal in Zweden, makkelijker uitgeleverd te kunnen worden aan de Amerikaanse veiligheidsdiensten. De gevoelige en geheime informatie die Wikileaks de afgelopen jaren onthulde, wordt met name door de V.S ervaren als een bedreiging voor de nationale veiligheid en diplomatieke betrekkingen. Gevoed door zijn eigen uitlatingen, richtte het grote publiek haar woede en verontwaardiging aanvankelijk vooral op de slachtoffers, de Amerikaanse veiligheidsdiensten en het Zweedse rechtssysteem. Bekende Amerikanen als Michael Moore en Naomi Wolf geloven er niets van dat er een rechtsstaat te pas moet komen aan een gescheurd condoom en vermoeden een achterliggend complot (Huffington Post 7, 13, 14 en 15-12-2010).

Zweedse trygghet
Zweden echter, neemt de verdenkingen uiterst serieus. Het streven naar trygghet (veiligheid) is er in hoge mate een zorg van de staat. Enerzijds vanuit sociaal idealisme, anderzijds vanuit het praktische gegeven dat volwassenen buitenshuis werken terwijl kinderen op scholen, opvangcentra en sportcomplexen verblijven. Bij gebrek aan persoonlijk toezicht, trekt de staat een groot deel van het toezicht naar zich toe.

Men zoekt in Zweden wel vaker zijn toevlucht tot een overheidsinstantie bij persoonlijke problemen. Bij seksuele misdrijven heeft men de drempel tot het melden er van doelbewust verlaagd door vrouwen in de gelegenheid te stellen slechts verhaal te doen en advies in te winnen. Zo hoeven vrouwen nooit een beschuldiging van valse aangifte te vrezen.
Dit was exact wat beide vrouwen van plan waren. Nadat mevrouw W. Assange tevergeefs probeerde te bereiken, belde ze mevrouw A., zijn woordvoerster in welk gesprek ze ontdekten een vergelijkbaar negatieve ervaring te hebben gehad met Assange. Daarop stapten ze gezamenlijk naar de politie. In eerste instantie was het de zesentwintig-jarige mevrouw, W., die haar beklag wilde doen. Ze was van streek in verband met sexueel overdraagbare ziekten en wilde Assange traceren en nagaan of ze hem kon dwingen tot een medische test. Mevrouw A. ging vooral mee om haar verhaal te steunen. Op het politiebureau constateerde men toen een misdrijf waarop de dienstdoende aanklager direct een arrestatiebevel uitvaardigde.

Assange wordt verdacht van verkrachting dankzij een wettelijke verbreding van de definitie van verkrachting in 2005 waardoor nu ook seks met iemand die dronken is, slaapt of om een andere reden geen nee kan zeggen, geldt als verkrachting. Met deze wetswijziging verdubbelde het aantal meldingen van verkrachtingen tussen 2004 en 2009. Volgens cijfers van de BRÅ, de Zweedse Raad voor Misdaadpreventie, bleef het aantal veroordelingen tussen 2005 en 2008 echter ongeveer gelijk (ca 10%). De vraag is dan ook of de nieuwe definitie van verkrachting wel effectief is als het alleen maar leidt tot meer meldingen. Het vinden van bewijslast in verkrachtingszaken is altijd moeilijk omdat het vaak woord tegen woord blijft. Mogelijk haalt een juridisch systeem weinig meer uit naarmate de overtredingen subtieler worden.

Hoofdaanklager Eva Finné sloot de zaak Assange aanvankelijk wegens onvoldoende bewijslast voor een veroordeling op basis van verkrachting of sexuele molestatie. Echter, op aandringen van Claes Borgström, de advocaat van beide vrouwen, heropende de hoger geplaatste openbaar aanklager, Marianne Ny de zaak daarna op 01-09-2010.

Jämställdhet

Zowel Borgström als mevrouw A. ontkennen stellig elke inmenging van Amerikaanse veiligheidsdiensten. 'De aanklachten tegen Assange zijn niet in scène gezet door het Pentagon of iemand anders maar de verantwoordelijkheid voor wat mij en die andere vrouw overkomen is ligt geheel bij een man met een scheef vrouwbeeld en een probleem om nee te aanvaarden', aldus mevrouw A. in Aftonbladet (21-08-2010).

Assange op zijn beurt, noemt Zweden het Saoedie-Arabië van het feminisme (Sunday Times 27-12-2010). Dat klopt in zoverre dat de Zweedse samenleving doortrokken is van een fundamentalistisch streven naar jämställdhet (seksegelijkheid). Op universiteiten en in de politiek gedijt een feministisch gedachtengoed waarin mannen stelselmatig worden bezien als onderdrukkers en misbruikers van macht waartegen vrouwen beschermd dienen te worden. In Zweden zijn daar formele instanties voor. Zo is er een speciale minister van seksegelijkheid, Nyamko Sabuni, die afgelopen dinsdag nog meedeelde sekse-ongelijkheid en seksueel geweld tegen te willen gaan door de seksuele voorlichting in de biologieles uit te breiden naar vakken als geschiedenis, maatschappijleer en religie (Dagens Nyheter 12-07-2011). Advocaat Claes Borgström was in de jaren 2000-2008 nationale ombudsman voor seksegelijkheid en vanaf 2008 woordvoerder seksegelijkheid bij de Sociaal-Democratische partij. Vanuit zijn persoonlijke betrokkenheid in gelijkheidskwesties is het niet verwonderlijk dat hij de zaak Assange wilde heropenen.

Waar veel jonge ambitieuze vrouwen elders in Europa er wel voor uitkijken zich te afficheren met het feminisme, noemen jonge succesvolle Zweedse schrijfsters en journalisten als Sanna Sundell, Maria Sveland en Katarina Wennstam zich met trots feminist, als ware het een statusverhogende eretitel. Ook mevrouw A. behoort tot deze jonge generatie radicale feministen. Zij werkte als medewerker seksegelijkheid aan de universiteit van Uppsala en levert tegenwoordig bijdragen voor het blog van Rebella unga S-kvinnor, een groepering jonge radicale vrouwen binnen de sociaal-democratische partij die zich presenteert onder de militante leus: 'Zusterschap is macht'.

In deze samenleving loopt de ooit zo ruige Viking tegenwoordig op eieren om vrouwen niet onheus te bejegenen. Voor de zekerheid flirt hij zo min mogelijk en stelt hij alles in het werk om zorgzaam over te komen. In publieke ruimtes is hij als een moederkloek in de weer met flesjes, speentjes en doekjes terwijl zijn vrouw geniet van een broodje, de krant of een goed gesprek. In het uiterlijk van Zweedse mannen valt meer dan eens de neiging te bespeuren de eigen mannelijkheid te ontkrachten of zelfs te ridiculiseren: Met kekke brilmontuurtjes, Allstars onder een pak, extreem gestylde kapsels, gevlochten bakkerbaarden en strak gesneden kleding lijkt men uit te willen drukken: 'Kijk ik ben volstrekt niet mannelijk en dominant, ik ben gewoon een vrolijke paljas!' Anders Borg, minister van financiën en zelfverklaard feminist, doet er met staart en oorbel vrolijk aan mee.

Persoonlijk doet het mij snakken naar onbeschofte Engelse lads met grove humor en openlijke sexuele insinuaties maar Zweedse vrouwen denken daar blijkbaar anders over. 'Macho's met normen en waarden uit het stenen tijdperk staan in vrouwenbladen al lang niet meer in de top tien van meest aantrekkelijke mannen', aldus Birgitta Ohlsson, minister van Europese zaken (New York Times 09-06-2010).

De bescherming van de positie van de vrouw is in Zweden uitgemond in een hegemonie van vrouwelijke waarden. Dat mannen daarbinnen danig de weg kwijtraken blijkt wel uit het feit dat zowel Dagens Nyheter als Svenska Dagbladet deze zomer gelijktijdig een serie artikelen wijden aan de rol van de man. 'Hoe moet een man zijn?', vraagt men zich af. 'Heeft hij een beschermende rol tegenover vrouwen en kinderen? En hoe combineert hij dat dan met een zachtere en zorgzamere kant? Moet hij hard en macho zijn of zacht en gevoelig?'

In dit Zweden zijn vrouwen er, meer dan waar ook ter wereld, gewend aan geraakt dat mannen zich zo veel mogelijk naar hun wensen gedragen. Het male chauvinistic machogedrag van de Australische Assange ontmoeten zij zelden tot nooit, laat staan dat ze daar een passende sociale reactie voor ontwikkeld hebben.

Inassertiviteit

In eerste instantie lijkt de strijdbaarheid van Zweedse vrouwen en het onvermogen van de beide vrouwen om op te treden tegen het onwenselijke gedrag van een Assange een vreemde paradox. Waarom kickten zij hem niet gewoon het huis uit? Juist als feminist verbaast Naomi Wolf zich over de hulpeloze opstelling van de vrouwen in deze zaak (Democracy Now, 20-12-2010).

Zij realiseert zich echter niet hoe de sociale bescherming van burgers in Zweden leidt tot inassertiviteit en gedweeheid. Confrontaties ervaart men al snel als agressie waardoor men liever grenzen stelt via regels dan met persoonlijk optreden.

Zo duikt in de Zweedse politiek telkens weer de reflex op de weerloze nog beter te beschermen waarbij niets van zijn eigen weerbaarheid wordt verwacht. Een regeringscommissie onderzocht in november 2010 of de definitie van de zogenaamde 'hulpeloze toestand' in verkrachtingszaken verder verbreed kon worden. Ook Göran Rudling die de zaak van Assange op de voet volgt en daardoor zelfs getuigde in zijn proces, houdt zich hiermee bezig want: 'Je kunt in iets toestemmen dat je niet wilt' citeert Le Monde hem (8-2-2011). Via zijn website/blog Samtycke nu (instemming nu) spant hij zich in voor een wetswijziging rond sexmisdrijven waarbij men elkaar expliciet toestemming moet geven om seks met elkaar te kunnen hebben.

Een persoonlijk initiatief van de Zweedse journalist Johanna Koljonen zette een tegengestelde beweging in gang door vrouwen juist aan te spreken op hun zelfbewustzijn en weerbaarheid. Naar aanleiding van de zaak Assange, twitterde zij uitgebreid en openhartig over een persoonlijke seksuele ervaring waarin zij geen duidelijke grenzen durfde te stellen. 'Ik ben eigenlijk geschokt door het feit dat ik nu pas begrijp dat ik zelf ooit het slachtoffer was van verassingsseks', en: 'Ik was zo'n slechte feminist dat ik geen flauw benul had of een grens trok.', luidden haar tweets. Een groep journalisten rond Koljonen publiceerde daarop gelijktijdig een persoonlijke getuigenis over het grijze gebied tussen geweld en een slechte seksuele ervaring. Het werd een nationale mediahype die vooral liet zien dat veel Zweedse vrouwen de behoefte voelen zich hierin weerbaarder op te stellen. De belangrijkste conclusie van Koljonen was: We moeten ons durven uitspreken in onze wensen: prata om det (er over praten). Overal in de media verschenen artikelen over het onderwerp en een speciale prataomdet website en twitteraccount werden gelanceerd waar bekende en minder bekende Zweden hun onuitgesproken ervaringen over het 'grijze gebied' uitten.

Ironie

Als Assange in Zweden wordt vervolgd, zal hij zich publiekelijk moeten verantwoorden over zijn ervaringen in het grijze gebied. De kans daarop is reëel. Het Engelse High Court zag eind februari geen beren op de weg voor een eerlijk proces in Zweden en zo lang de Amerikaanse veiligheidsdiensten nog niet om Assange vragen, lijkt weinig zijn uitlevering in de weg te staan. Advocaat Borgström schat de kans op vervolging bij uitlevering op 50%. Zijn zaak valt weliswaar in de lichtste categorie verkrachtingszaken maar daarmee riskeert hij nog altijd maximaal vier jaar gevangenisstraf.

Wat de uitkomst van het proces ook zal zijn, het biedt Zweden in elk geval een unieke kans de wereld te tonen dat zij het nauw neemt met het beschermen van de burgerlijke integriteit. Ironisch genoeg was dit ook precies hetgeen Assange naar Zweden voerde. Het was een veilige haven voor hem waar de vrijheid van meningsuiting streng bewaakt werd. Daarom bracht hij zijn servers onder in een voormalige atoomkelder in Stockholm waar de Zweedse Piratenpartij hem gratis bandbreedte en hosting van zijn site leverde. 'Hier is begrip en interesse voor integriteitsvragen', citeerde Dagens Nyheter hem nog op 17 augustus 2010. Hij kon toen nog niet bevroeden dat datzelfde begrip zich drie dagen later frontaal tegen hem zou keren.

zaterdag 18 juni 2011

In de luwte

heerlijke Zweedse aardbeien op Pettersons verjaardagstaart
Na de skolavslutning en Pettersons kinderfeestje bevind ik mij even in de luwte en oefen op Zweedse aardbeientaarten voor het op komst zijnde Midsommarsfest (Zweedse aardbeien zijn trouwens de lekkerste die ik ooit heb geproefd. Hoe kan dat? Verder hebben ze hier alleen maar onooglijke knollen, melige appels en zure bessen!!). De kinderen hebben vakantie van begin juni tot eind augustus. Wat wil een kind nog meer? Een kwart jaar zomervakantie vol bomen klimmen en in meren zwemmen!

Van mij verschijnen binnenkort weer nieuwe berichten. Ben nu bezig met een stuk over de zaak Julian Assange en de man/vrouw verhoudingen in Zweden (16-07-2011 NRC) en broed op een groter stuk over vaccinaties in het algemeen.

Verder kun je, ook heel leuk, in het nieuwste zomernummer van FLOW magazine mijn bijdrage lezen met alle ins en outs over het Zweedse papaledighet (vaderschapsverlof).

hej då!

Lommerrijke plek achter ons huis voor de invasie van 13 Zweedse jongens

donderdag 26 mei 2011

Beval niet in het ziekenhuis als het niet medisch noodzakelijk is!

Vrouwen doen er verstandig aan thuis te bevallen als ziekenhuisopname niet medisch noodzakelijk is.

Dat stelt professor Raymond de Vries vandaag tijdens zijn aanvaarding van de bijzondere leerstoel midwifery science aan de Universiteit van Maastricht, ingesteld door Hogeschool Zuyd. De van origine Amerikaanse hoogleraar verloskunde baseert zijn uitspraak op zijn ervaringen in de Verenigde Staten waar 99 procent van de vrouwen in het ziekenhuis bevalt. De moedersterfte is daar twee keer zo hoog als in Nederland. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft in Amerika president Obama gevraagd onderzoek naar moedersterfte te doen.

De Vries wil een tegengeluid laten horen in de discussie over de babysterfte in Nederland. Eind vorig jaar suggereerde onderzoek van het UMC een samenhang tussen thuis bevallen en babysterfte. Los van het feit dat de Vries twijfelt aan de cijfers en het gesuggereerde verband, vat hij de hoge moedersterfte in de V.S. op als een signaal dat veilig bevallen niet gebaat is bij meer hospitalisering.

Voor een betere samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen zou de opleiding van verloskundigen naar het masterniveau getild moeten worden.

Voor alle betrokken deskundigen wil ik daar graag het volgende aan toevoegen: De grootste stappen voorwaarts in veilig bevallen kunnen op dit moment behaald worden door de fixatie op controle en techniek los te laten en meer gebruik te maken van de natuurlijke kracht waarover vrouwen van nature beschikken (Zie mijn website www.bevallenopeigenkracht.nl en mijn publicaties in Volkskrant, Trouw en Nederlands Dagblad).

Lees hier het volledige artikel in
Telegraaf

maandag 16 mei 2011

Luxe kinderopvang maar het gezinsleven is los zand

Oorspronkelijke tekst van 'Luxe kinderopvang maar het gezinsleven is los zand' (NRC 14-05-2011).

Het leven van werkende ouders in Zweden gaat over rozen. Je dropt je kinderen om half acht bij de bushalte, zoeft over eindeloos lege snelwegen naar je werk en haalt ze in de loop van de middag of avond weer op bij de naschoolse of de ijshockey. Viool of piano hebben ze dan al gehad van een docent aan school. Bij thuiskomst volstaat een boterhammetje smeren want kinderen, alsmede veel van hun ouders, worden aan het eind van de ochtend voorzien van een uitgebreide, goed verzorgde warme maaltijd die precies de benodigde energie geeft om er een dag stevig tegenaan te kunnen.

Net in Zweden, deden wij hier natuurlijk niet aan mee. De kinderen hadden nog begeleiding nodig in hun nieuwe land. Maar we vonden het ook een beetje zielig, die trossen kinderen die 's ochtends de bus uit rolden en zich door een meter sneeuw een weg baanden naar hun schoolgebouw. Moedige kabouters van zes met een rugzak om, die hunkerende blikken wierpen op ons, ouders die hun kinderen lachend en vrolijk naar hun klas begeleidden. Waar we konden gaven we die arme stakkers een aai over hun bol waarop ze kwispelend doorliepen naar hun klas. De ongeregeldheden van groepen onbewaakte scholieren bij bushokjes zagen we als een uitwas van het systeem

Maar een half jaar en 20.000 kilometer op de teller verder, vroeg ik me af waar ik mee bezig was. Mijn kinderen wilden niet meer aan het handje naar hun klas, maar net als de rest met de bus naar school. Bovendien was ik er zelf ook wel klaar mee om als een sociale drop-out rond te hangen in de heuvels bij de school. Dus nu zet ik mijn kinderen ook netjes bij de bus af. Zonder schuldgevoel want ze zijn dolblij, voelen zich ontzettend groot en maken dagelijks een stevige wandeling door de velden van de bushalte naar huis. Daarbij scheelt het een hoop tijd en bezinekosten. Ook op de sportvereniging gooi ik mijn kinderen en hun grote ijshockeytassen tegenwoordig zonder scrupules de jeep uit waarna ik direct weer plankgas geef. De begeleiders zitten helemaal niet te wachten op ouders die de veters van hun kinderen strikken. En toen ik mijn zoon laatst in het voorbijrijden vanuit mijn ooghoek op een bushokje zag staan springen dacht ik alleen nog maar: 'O, kijk eens wat hij het leuk heeft met zijn Zweedse vrienden!'

Scepsis slaat al snel om in acceptatie wanneer je ervaart dat je als ouder nauwelijks kunt wedijveren met de zorg die de Zweedse staat je kinderen biedt. Op school en de opvang wordt fantastisch voor kinderen gezorgd. Behalve een goede maaltijd krijgen ze veel beweging en frisse lucht. Kinderen worden het bos in gestuurd om te wandelen, skieën, bomen te zagen of worstjes te grillen. Te koud is het nooit, hooguit draag je verkeerde kleding. De frisse fleurige houten gebouwen waar de kinderen overdag vertoeven zijn prachtig. Tieners kunnen tot 21.00 terecht in café's die meer weg hebben van een museum dan van een gemeentelijk buurthuis. Op chique loungebanken vermaken zij zich onschuldig met kaarten en mobieltjes onder het genot van een kopje thee. Het gehele pakket aan voorzieningen schept zeer veel ruimte en tijd en kost ouders nagenoeg niets. Zo kun je tenminste met een gerust hart aan het werk.

De Zweedse staat begrijpt ook goed dat kinderen het goud van de toekomst zijn wat zich vertaalt in een kinderbijslag die twee maal zo hoog is als in Nederland en een bevallingsverlof dat recht doet aan de gezondheid en natuurlijke behoeften van moeder en kind. Bijna anderhalf jaar kun je als moeder wegblijven met behoud van baan en inkomen. Daarbij hebben ouders recht op 480 dagen betaald zorgverlof die tot het 8e jaar van het kind naar eigen goeddunken verdeeld kunnen worden.
Het is niet gek dat wij vaak met een jaloerse blik naar Zweden kijken. Want vergeleken hierbij zorgt de Nederlandse staat halfslachtig voor haar gezinnen. Waar kinderen vroeger tussen de middag naar huis gingen voor een warme maaltijd, moeten zij het tegenwoordig stellen met twee met jam doordrenkte boterhammetjes die ze meestal uit pure narigheid in hun broodtrommeltje achterlaten. Of uit vrees om maar iets van een half uurtje pauze op een overvol schoolplein te moeten missen. Want het drukke lespakket van Nederlandse kinderen biedt steeds minder ruimte aan hun natuurlijke behoefte aan beweging. Daarbij kost kinderopvang ouders handen vol geld. Een bevallingsverlof van 16 weken kun je net zo goed niet geven want het wekt alleen maar de indruk dat het normaal is je baby na twee en een halve maand bij een vreemde achter te laten. Met haar halfslachtige zorg legt Nederland het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van opvoeding en gezinsleven bij het gezin zelf. Vergeleken bij Zweedse ouders maakt ons dat tot ontzettende zwoegers want de zorg voor je kinderen is een stuk meer gedoe dan rustig op kantoor zitten en het levert een stuk minder op. Daarbij veroordeelt het vrouwen in de praktijk vaak tot een baantje in de marge.

Anders dan Nederland heeft Zweden een duidelijke keuze gemaakt. Aanvankelijk uit nood geboren want Zweden werd in de negentiende eeuw geteisterd door hongersnood en een kwart van de bevolking emigreerde naar Amerika. Er moest een plan komen om een einde te maken aan de honger en het dalende geboortecijfer. Dat bood het intellectuele sociaal-democratische echtpaar Alva en Gunnar Myrdal in 1934 met hun boek Kris i befolkningsfragan (Crisis in het bevolkingsvraagstuk) dat nog altijd de grondslag van de Zweedse verzorgingsstaat vormt. Hun oplossing was simpel: Stel zowel mannen als vrouwen in staat tot betaalde arbeid buitenshuis waarbij uitmuntende sociale voorzieningen er zorg voor dragen dat ouders een groot deel van de opvoeding uit handen kunnen en willen geven en dat het krijgen van kinderen op geen enkele manier een obstakel vormt. Alva Myrdal koppelde haar feministische idealen handig aan het nijpende bevolkingsvraagstuk. De weerstand uit de conservatieve hoek drukte ze de kop in door te stellen dat Zweden het wel kon vergeten als er geen moderne oplossing kwam voor moeder en kind. Na WOII nam de Zweedse overheid het idee van de Myrdals actief over. In het neutraal gebleven Zweden bloeide de economie op waardoor er veel werkgelegenheid ontstond. Men bedacht nog veel welvarender te kunnen worden als men nu de 'verborgen arbeidskrachten' inzette. En waar elders in Europa overal gastarbeiders werden ingezet, deed men in Zweden een beroep op de vrouwen. Zij die niet wilden werden in lastercampagnes als parasieten van de samenleving afgeschilderd en onzeker gemaakt door te beweren dat creches veel beter in staat waren kinderen op te voeden dan zijzelf, aldus de Zweedse Anna Wahlgren, schrijfster en moeder van negen kinderen (Marilse Eerkens in Volkskrant en J/MOuders resp. 12-11-2007 en okt. 2007).
Het Myrdalrecept heeft zijn vruchten afgeworpen. De financiële armoede is bestreden, en zelfs meer dan dat. De Zweedse welvaart is een toonbeeld voor de wereld: de Zweedse Kroon staat sterk, het geboortecijfer is hoog, veel Zweden hebben een tweede huis en een tweede auto.
Maar de keerzijde van de medaille is een sociale leegte die naar Nederlandse maatstaven ongekend is.

Die uit zich in een doods straatbeeld waar je zelden kinderen en ouderen aantreft omdat volwassenen overdag geen tijd meer voor hen hebben. Als moeder met een kind van vijf ben je 's ochtends in de supermarkt een rariteit tussen de bouwvakkers en zakenvrouwen die hun ontbijt komen halen.

Ouders treffen elkaar niet meer op het schoolplein maar hebben slechts contact op ouderavonden. Daar wordt dan uren achteréén gepraat over ruzies of discussies tussen kinderen die zich ergens op een bepaald moment hebben afgespeeld maar waar niemand, juf of meester incluis, meer de vinger op kan leggen. Of men discussieert over de vraag wat je moet als je kind de hele dag achter de p.c. zit terwijl jij aan het werk bent. Helemaal erg wordt het wanneer men de problemen via e mail probeert op te lossen: 'Jouw kind zei tegen mijn kind op face book...', enz., waarbij de zorg voor een kind gereduceerd wordt tot één van de vijftig mailtjes die je in een dag doorwerkt. Als Nederlander valt je mond open van verbazing. Je wilt roepen: Jongens, hier gaan jullie nooit uitkomen! Je kunt niet en hele dagen werken, twee auto's en twee huizen bezitten en daarbij volledig grip hebben op het leven van je kind. Niet voor niets wordt het fenomeen mobbning (pesten) hier in de kranten zo breed uitgemeten. Want waar je hopen kinderen alleen laat in bussen of relatief alleen in de opvang, vraag je om problemen. Die ontstaan bij de gratie van de afwezigheid van leidinggevende volwassenen die fungeren als coach, rolmodel en scheidsrechter. Men verzint van alles: sociale codes, stategieën, stoeimeesters, antipest cursussen en ouders die 's nachts over straat lopen, maar uiteindelijk is dat alles niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Zweedse kinderen verworden in hun aparte kinderwereld tot een beschermde diersoort. Zij worden slechts beziggehouden in plaats van dat ze zich nuttig maken of een functie vervullen. In de Scandinavische wereld is het begrip curlingouders van de Deense psycholoog Bent Hougaard inmiddels een begrip. Ouders wordt verweten dat zij, net als in de curlingsport, waarin met bezems de baan van de schijf op het ijs wordt beïnvloed, alle oneffenheden op het parcours van hun kind wegborstelen, zodat het met de minst mogelijke weerstand zijn doel kan bereiken. Dat kan ertoe leiden dat een kind zich niet volwaardig kan ontplooien. De oorzaak hiervan ligt echter niet bij overbeschermende ouders maar bij een systeem dat kinderen op laat groeien in een ideale kinderwereld die niet één geheel vormt met de harde bedreigende volwassen buitenwereld.

En terwijl de kinderen onzelfredzamer, lastiger en verveelder raken, worden de volwassenen steeds onzekerder en onervarener in hun rol als opvoeder omdat ze weinig tijd doorbrengen met hun kinderen. 'Deug ik als ouder?', kopte de Stockholm City maandag 11 april weer eens. Ook daarin schiet de staat de ouders te hulp door hen op opvoedcursus te sturen. Maar met simpele richtlijnen als: Beloon goed gedrag en negeer slecht gedrag, komt men er niet uit. Wangedrag wordt inderdaad vaak genegeerd en kinderen komen overal mee weg, wat nog versterkt wordt door het gelijkheidsdenken van de Zweden. Men behandelt kinderen als kleine volwassenen die in kranten vertellen hoe ze opgevoed willen worden en die overal inspraak in hebben. Daarbij is de positie van het kind zo beschermd dat kinderen krijsend door de klas rollen terwijl de leraar ze formeel niet eens mag vastpakken.

Tegelijkertijd willen ouders natuurlijk wel het allerbeste voor hun twee, drie zeer gewenste en geplande kinderen. Daarin stellen ze onrealistisch hoge eisen aan leerkrachten en zoeken naarstig naar boeken die henzelf uitkomst bieden. In 'Tagga ner' (Relax!) schrijft Malin Alfvén wat ouders graag willen lezen: Dat zij zich geen zorgen hoeven maken en hun eigen opvoedstijl moeten vinden. Maar kom je daar wel aan toe als je je kinderen alleen naar bed brengt en in het weekend leuke dingen met ze doet?

Niet alleen ouders en kinderen, ook de ouders onderling leiden grotendeels hun eigen leven. Wellicht is dat de reden dat de helft van de ouders gescheiden is voordat het eerste kind drie jaar is. Scheiden lijkt geen big deal in Zweden. It happens all the time. De financiële onafhankelijkheid van ouders en de garantie op goede dagelijkse zorg voor de kinderen verzacht het leed in ieder geval. De gangbaarheid van het scheiden heeft een heuse terminologie met zich meegebracht: Kinderen van je partner noemt men 'bonuskinderen' en onlangs verscheen ook het boek 'Bonusföräldrar' (Bonusouders) van Deense familietherapeut Jesper Juul waarin je leest wat goed stiefouderschap voorstelt.

Een gezinsleven als los zand is de prijs die Zweden betaalt voor zijn welvaart. De zwaarste kritiek daarop komt uit Zweden zelf van de eerder genoemde Anna Wahlgren. Jullie Nederlanders zijn hartstikke gek! Wie neemt er nou een voorbeeld aan een land dat het gezin als obstakel ziet?

Toch gaan de ontwikkelingen gewoon door. Toen na de verkiezingen in september 2010 belastingaftrek voor kinderoppas mogelijk werd, explodeerde deze branche in allerlei creatieve vormen van gezinsdienstverlening, variërend van het afhalen van kinderen op de naschoolse opvang tot inslaapmethodes en kant klare maaltijden die ouders in Uppsala vanaf de opvang mee kunnen nemen naar huis. Dat dit zelfs veel Zweden te ver gaat blijkt uit diverse lezersreacties in de krant (Svenska Dagbladet 5-4-2011) zoals die van meneer Larsen: 'Binnenkort kan men het hele ouderschap outsourcen, dan kan men eindelijk echt de hele tijd werken. Hoera!

Bijna als paradox signaleert spoorwegmagazine Kupé in haar aprilnummer een nieuwe trend onder jongeren: een tryggt Svenssonliv (een geborgen burgermansbestaan) waarin familieleven en langdurige relaties centraal staan. Op zich niet uniek voor Zweden, want overal in de wereld ontstaan er tegenreacties op de mechanisatie en individualisatie van de maatschappij. Men grijpt terug naar de basis van het bestaan met brood bakken, truien breien en veel samen zijn met het gezin. Het wordt wel aardig doorpezen voor de Zweden want al deze gezinsgezelligheid moet wel naast twee volledige banen. Gas terug in betaald werk lijkt geen optie want vaders, maar vooral moeders, die fulltime voor hun kinderen zorgen zijn een huizenhoog taboe. Zodra men ontdekt dat ik zelf voor mijn kinderen zorg, schrikt men of kijkt men weg. Het hoort niet. Slechts een enkeling fluistert zachtjes:'Ja, je zou eigenlijk meer zelf voor je kind moeten kunnen zorgen.' Alsof niemand, niemand dat mag horen.

Hoe heeft dit taboe kunnen ontstaan? Is het doodsangst om weer aan honger ten onder te gaan? Is het solidariteit naar de gemeenschap of naar de feministische strijdsters die gelijke rechten tussen man en vrouw bevochten hebben? Is het pure indoctrinatie van de staat of is het de onmacht om tegen de stroom in te roeien? Want zelf voor je kinderen zorgen betekent in Zweden: gebrek aan geld, status, sociaal isolement en extra hard werken.

Feit is in ieder geval dat het volkomen geaccepteerd is een zorgende moeder als een beklagenswaardig schepsel neer te zetten. En wie wil dat zijn? Dagens Nyheters vaste columnist Lisa Bjurwald schrijft met afgrijzen over jonge vrouwen die een carriere lijken te willen verruilen voor de huiselijke haard (17-2-2011). Als summum van onwenselijkheid voert zij de 28 jarige Malin aan die in Svenska Dagbladet werd geinterviewd (9-6-2010) en die, net als haar drie minderjarige kinderen geheel afhankelijk was van haar partners inkomen! 'Het zou toch vreselijk zijn als de dochters van carrierevrouwen nu opeens eindigden als huisvrouw', besluit zij haar betoog.
Zorg voor de kinderen heeft niet alleen een slecht imago, het maakt vrouwen ook ziek volgens het artikel ' Ziek door de kinderen' van Dagens Nyheter (6-2-2011). Het feit dat vrouwen zich veel vaker ziek melden dan mannen zou te wijten zijn aan het feit dat zorgtaken nog altijd grotendeels bij vrouwen terechtkomen. Het is begrijpelijk dat het in zo'n zorgvijandige omgeving al heel gedurfd is om je kind een uurtje eerder uit de opvang te halen. Toch wensen veel ouders zich vaak stiekem iets anders voor hun kinderen. Daarom zijn ze ook dolblij wanneer hun kind na school bij ons in een rustige gezinssituatie kan spelen in plaats van op die o, zo gezellige Fritids.

Het Zweedse model laat ons haarfijn zien welke grenzen er zitten aan het faciliteren van betaalde arbeid door ouders buitenshuis. Inderdaad, als Nederlander kom je niet goed toe aan twee fulltime banen per gezin, maar als Zweed kom je niet meer toe aan je partner en je kinderen. Je kunt je afvragen wat erger is.